ECLI:NL:RVS:2025:2058, Raad van State, 07-05-2025, 202303050/1/A3 — RVS:2025:2058
Samenvatting
Bij brief gedateerd op 1 november 2021 hebben [appellant] en anderen bezwaar gemaakt tegen het carbidschieten in hun woonwijken op 31 december 2021. Bij brief gedateerd op 1 november 2021 hebben [appellant] en anderen bezwaar gemaakt tegen het carbidschieten dat volgens de algemene plaatselijke verordening op 31 december 2021 onder voorwaarden is toegestaan en mits daarvan melding bij het college wordt gedaan, omdat zij daarvan overlast ervaren. Met het besluit van 1 maart 2022 heeft het college het bezwaar van [appellant] en anderen kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat hun bezwaar is gericht tegen artikel 2:40 van de algemene plaatselijke verordening gemeente Emmen 2021. Dit is een algemeen verbindend voorschrift en daartegen kan volgens het college geen bezwaar worden gemaakt. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college het bezwaar op goede gronden niet-ontvankelijk heeft verklaard. Hij voert daartoe aan dat het meldingenstelsel van artikel 2:40 van de APV ervoor zorgt dat hem rechtsbescherming wordt ontzegd.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:3430, Raad van State, 23-07-2025, 202205964/1/R1
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:3758, Rechtbank Den Haag, 10-02-2024, SGR 24/1135 en SGR 24/1136
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNNE:2024:212, Rechtbank Noord-Nederland, 12-01-2024, 22/4494
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNNE:2023:5482, Rechtbank Noord-Nederland, 22-12-2023, 22/935
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
7 mei 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202303050/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2058