ECLI:NL:RVS:2025:2297, Raad van State, 21-05-2025, 202303614/1/A3 — RVS:2025:2297
Samenvatting
Bij besluit van 1 juli 2021 heeft de burgemeester van Westland aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd voor het overtreden van artikel 2:74 van de Algemene plaatselijke verordening Westland 2019. De last houdt in dat [appellant] per geconstateerde overtreding een dwangsom verbeurt van € 5.000,00 met een maximum van € 20.000,00. De burgemeester heeft aan zijn besluitvorming een bestuurlijke rapportage van 3 maart 2021 ten grondslag gelegd. Uit deze rapportage blijkt dat [appellant] op 2 maart 2021 op zijn scooter is weggereden van de politie nadat hem was gevraagd te stoppen. De politie had [appellant] herkend omdat hij eerder, op 18 mei 2020, betrokken was bij drugshandel. De politie is [appellant] achtervolgd, maar moest de achtervolging staken omdat [appellant] op een gevaarlijke wijze deelnam aan het verkeer. Een uur later is [appellant] opnieuw herkend door de politie. Hij is toen weggerend van de politie en is een tuin in gevlucht. In de tussentijd heeft [appellant] zich van een tas ontdaan, waarin zich later drugs bleken te bevinden. [appellant] is aangehouden en heeft aan de politie verklaard dat de drugs voor vrienden bedoeld waren.
Betrokken advocaten
mr. J.H.B. Verbruggen
appellant
mr. J.S.E. Breems
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNHO:2026:340, Rechtbank Noord-Holland, 06-01-2026, 15/252465-25 (P)
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:12962, Rechtbank Noord-Holland, 24-10-2025, 15-217665-25
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:13946, Rechtbank Noord-Holland, 09-10-2025, 15/209103-24 (P)
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht; Strafprocesrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:18341, Rechtbank Den Haag, 22-09-2025, 09/203167-22 en 09/017530
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
21 mei 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202303614/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2297