Juristi.nl
ECLI:NL:RVS:2025:2427Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2025:2427, Raad van State, 28-05-2025, 202402550/1/A2 — RVS:2025:2427

Samenvatting

Bij besluit van 15 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] heeft een urgentieverklaring aangevraagd, omdat zij met haar vier kinderen in de tweekamerwoning van haar zus verblijft en haar zus heeft laten weten dat zij daar niet langer kunnen verblijven. Het college heeft de aanvraag afgewezen wegens het van toepassing zijn van twee algemene weigeringsgronden. Inwoning en een voor het huishouden te kleine woning worden namelijk op grond van artikel 2.6.5, eerste lid en onder b, van de Huisvestingsverordening en paragraaf 3, onder ad b) punt 2 en 5, van de Nadere Regels Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 niet als een urgent huisvestingsprobleem aangemerkt. Verder voldoet [appellante] niet aan de in artikel 2.6.5, eerste lid en onder i, van de Huisvestingsverordening gestelde voorwaarde, omdat zij voorafgaand aan de aanvraag nog geen twee jaar in Amsterdam woonde. Ook heeft het college geen aanleiding gezien om een urgentieverklaring te verlenen op grond van de hardheidsclausule.

Betrokken advocaten

mr. W. Albers

appellant

Taelman Advocaten, AMSTERDAM

mr. J.H.G. van den Boorn

appellant

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

28 mei 2025

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

202402550/1/A2

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:RVS:2025:2427

Bekijk op rechtspraak.nl