ECLI:NL:RVS:2025:2541, Raad van State, 04-06-2025, 202302564/1/A3 — RVS:2025:2541
Samenvatting
Bij besluit van 10 oktober 2018 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag van [appellant] voor een Nederlands paspoort niet in behandeling genomen. [appellant] is op [geboortedatum] 1962 in [plaats], Argentinië, geboren. Bij zijn geboorte heeft hij zowel de Nederlandse als de Argentijnse nationaliteit verkregen. [appellant] heeft op 3 oktober 2018 een Nederlands paspoort aangevraagd bij de Nederlandse ambassade in Buenos Aires. De minister heeft de aanvraag van [appellant] voor een Nederlands paspoort niet in behandeling genomen, omdat hij op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (hierna: RWN) het Nederlanderschap van rechtswege op 1 april 2013 zou hebben verloren. De minister heeft het advies van 4 februari 2022 en het aanvullend advies van 7 juni 2022 van de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan zijn besluit ten grondslag gelegd.
Betrokken advocaten
mr. L.H.T. Geuzendam
appellant
mr. C.R.M. Versteegh
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
Juridische strijd om Nederlands paspoort gaat verder na vervangend besluit
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2026:571, Rechtbank Rotterdam, 21-01-2026, ROT 25/2396
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:24424, Rechtbank Den Haag, 16-12-2025, SGR 25/3305
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6013, Raad van State, 10-12-2025, 202305092/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
4 juni 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202302564/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2541