ECLI:NL:RVS:2025:3007, Raad van State, 02-07-2025, 202500363/1/A2 — RVS:2025:3007
Samenvatting
Bij besluit van 20 december 2021 heeft het Instituut de aanvraag van [appellant] om vergoeding van bijkomende kosten, voor zover het ging om gederfde huurinkomsten, afgewezen. Op 10 september 2020 heeft [appellant] een vergoeding van bijkomende kosten door schadeherstel aangevraagd. Hij heeft toegelicht dat hij € 14.000,- aan inkomsten heeft gederfd, omdat hij de woning twintig maanden niet kon verhuren. Daarbij heeft hij erop gewezen dat hij de bouwkundige schade aan de woning op 12 juni 2018 had gemeld, maar dat (de voorloper van) het Instituut pas op 16 maart 2020 een definitief besluit over de schade heeft genomen. Het Instituut heeft bij besluit van 20 december 2021, gehandhaafd bij besluit van 9 mei 2023, de aanvraag om vergoeding van gederfde huurinkomsten afgewezen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2024:6655, Rechtbank Amsterdam, 31-10-2024, C/13/756737 / KG ZA 24-795
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
ECLI:NL:GHARL:2024:4663, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16-07-2024, 200.316.751/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:RBGEL:2021:5449, Rechtbank Gelderland, 29-09-2021, C/05/374262 / HA ZA 20-450
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2020:116, Gerechtshof Amsterdam, 21-01-2020, 200.254.377/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
2 juli 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202500363/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3007