ECLI:NL:RVS:2025:3131, Raad van State, 09-07-2025, 202405032/1/A2 — RVS:2025:3131
Samenvatting
Bij besluit van 4 februari 2023 heeft de Dienst Toeslagen de zorgtoeslag van [appellante] voor het jaar 2022 herzien en vastgesteld op nihil. Ook heeft de dienst het al aan haar uitbetaalde voorschot van € 888,00 teruggevorderd. [appellante] woont in Nederland, maar ontving in 2022 haar inkomsten uit een arbeidsongeschiktheidsuitkering vanuit haar Belgische dienstverband. Tussen partijen is niet in geschil dat zij daarom van rechtswege onder de socialezekerheidswetgeving van België valt en niet verplicht is in Nederland een zorgverzekering af te sluiten. Omdat haar Belgische zorgverzekering niet de kosten dekt die zij in Nederland moet maken, heeft zij in Nederland een zogenoemde verdragspolis met aanvullende verzekering afgesloten. [appellante] heeft voor de premie die zij moet betalen voor deze Nederlandse aanvullende zorgverzekering voor het jaar 2022 zorgtoeslag aangevraagd. De Dienst Toeslagen heeft die aanvraag in eerste instantie toegewezen en haar een voorschot zorgtoeslag toegekend.
Betrokken advocaten
mr. A.C.S. Grégoire
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2025:8767, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 08-12-2025, 25/216
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RVS:2025:2289, Raad van State, 21-05-2025, 202400250/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:3823, Rechtbank Limburg, 23-04-2025, ROE 25/763 en ROE 25/748
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:2038, Rechtbank Amsterdam, 31-03-2025, AMS 23/7354, AMS 24/3500 en AMS 24/4748
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
9 juli 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202405032/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3131