Raad van State weigert openbaarmaking Woo-documenten varkensbedrijf Wintelre te blokkeren — RVS:2025:3280
openbaarheid van bestuur / Wet open overheid (Woo) / voorlopige voorziening
Eiser / verzoeker
Houmest B.V., Dava Varkensbedrijf en twee andere verzoeksters, gevestigd in Wintelre
Verweerder / gedaagde
College van burgemeester en wethouders van Eersel
De voorzieningenrechter van de Raad van State wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af, waardoor de gemeente Eersel de Woo-documenten openbaar mag maken.
- Verzoek om voorlopige voorziening om openbaarmaking Woo-documenten te blokkeren afgewezen door voorzieningenrechter Raad van State
- De principiële rechtsvraag of de documenten milieu-informatie zijn in de zin van artikel 5.1 lid 7 Woo wordt bewaard voor de bodemprocedure
- Belang van het bedrijf bij bescherming reputatie en vertrouwelijke bedrijfsgegevens weegt niet op tegen het algemeen belang bij openbaarmaking
- Voorzieningenrechter acht het niet onaannemelijk dat de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant in stand zal blijven
Samenvatting
Een varkensbedrijf en aanverwante bedrijven uit Wintelre, gemeente Eersel, probeerden te voorkomen dat de gemeente documenten over hen openbaar maakt. De Raad van State heeft dat verzoek afgewezen.
De aanleiding is een Woo-verzoek van de Stichting Regionale Omroep Brabant. De regionale omroep vroeg de gemeente Eersel om toezicht- en handhavingsdocumenten, vergaderstukken, rapporten en adviezen over het bedrijf, over de periode november 2019 tot juli 2023. De gemeente wees het verzoek deels toe. Na bezwaar van het bedrijf besloot de gemeente juist minder documenten openbaar te maken, omdat een deel van de stukken processtukken bleken die buiten de reikwijdte van het Woo-verzoek vielen.
Het bedrijf was het hier niet mee eens en stapte naar de rechtbank. Die oordeelde dat de gemeente terecht had gehandeld en verklaarde het beroep ongegrond. Ook een verzoek om een voorlopige voorziening — waarmee openbaarmaking tijdelijk zou worden tegengehouden — werd door de rechtbank afgewezen. Het bedrijf ging vervolgens in hoger beroep bij de Raad van State en vroeg opnieuw om een voorlopige voorziening: de documenten mochten niet openbaar worden zolang de hoger beroepsprocedure nog liep.
Het bedrijf voerde aan dat openbaarmaking zijn reputatie zou schaden. Zo zouden ook ingetrokken handhavingsbesluiten — waarbij het bedrijf lasten onder dwangsom waren opgelegd die later werden teruggedraaid — in de openbaarheid komen. Daarnaast vreesde het bedrijf dat vertrouwelijk aan de overheid verstrekte bedrijfs- en fabricagegegevens openbaar zouden worden.
De voorzieningenrechter van de Raad van State stelde vast dat in de hoger beroepsprocedure een principiële rechtsvraag speelt: is de informatie in de documenten te beschouwen als milieu-informatie in de zin van de Wet open overheid? Die vraag leent zich niet voor beantwoording in een voorlopige voorzieningenprocedure en wordt bewaard voor de bodemprocedure. Daarom woog de rechter de belangen tegen elkaar af.
Die afweging viel in het nadeel van het bedrijf uit. De voorzieningenrechter zag geen aanwijzingen dat het belang van het bedrijf zwaarder weegt dan het algemeen belang bij openbaarmaking. Niet aannemelijk is geworden dat openbaarmaking het bedrijf onevenredig zou benadelen. Bovendien oordeelde de rechter dat het er op voorhand niet onwaarschijnlijk uitziet dat de eerdere uitspraak van de rechtbank in stand zal blijven. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen, waardoor de weg vrijkomt voor de gemeente om de gevraagde documenten aan de omroep te verstrekken.
Betrokken advocaten
mr. drs. A.C.M. Brom
eiser
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:510, Raad van State, 29-01-2026, 202407386/3/R2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:26984, Rechtbank Den Haag, 18-12-2025, 24/9240 en 24/9243
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBOBR:2025:8214, Rechtbank Oost-Brabant, 17-12-2025, 24/2592
Rechtbank Oost-Brabant · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6109, Raad van State, 17-12-2025, 202403799/1/R3
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
26 juni 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202502441/2/A3
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3280