Juristi.nl
ECLI:NL:RVS:2025:3428Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2025:3428, Raad van State, 23-07-2025, 202302224/1/R1 — RVS:2025:3428

Samenvatting

Bij besluit van 18 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen ijssalon Bitterkoud afgewezen. [appellant] woont in Den Haag aan de [locatie]. In hetzelfde pand, op de begane grond en onder de woning, bevindt zich ijssalon BitterKoud. Die ijssalon wordt geëxploiteerd door [partij A]. Het pand is eigendom van [partij B] en [partij C]. [appellant] ervoer onder meer geluidsoverlast van het parkeerplaatsterras van de ijssalon dat tijdelijk langs de noordzijde van het pand was geplaatst. Daarom heeft hij een handhavingsverzoek ingediend bij het college. Het college heeft bij besluit van 18 mei 2022 afgezien van handhaving, omdat de ijssalon volgens het college een type A-inrichting was in de zin van het Activiteitenbesluit. De rechtbank heeft geoordeeld dat dit laatste niet deugdelijk was gemotiveerd en dat het college een nieuw besluit moest nemen met inachtneming van haar uitspraak.

Betrokken advocaten

mr. R.V. Lie-A-Lien

appellant

mr. H.I. van Scheindelen

appellant

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

23 juli 2025

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

202302224/1/R1

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RVS:2025:3428

Bekijk op rechtspraak.nl