ECLI:NL:RVS:2025:3432, Raad van State, 23-07-2025, 202404292/1/V3 — RVS:2025:3432
Samenvatting
Bij besluit van 25 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Betrokkene stelt de Iraakse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] 1968. De minister van Asiel en Migratie heeft zijn aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat België daarvoor op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is. De minister komt in haar eerste grief op tegen het oordeel van de rechtbank dat zij niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat zij voor betrokkene voor België nog uit mag gaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1391, Rechtbank Den Haag, 28-01-2026, NL25.30971
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1262, Rechtbank Den Haag, 27-01-2026, NL25.62571
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:26907, Rechtbank Den Haag, 22-12-2025, C/09/684576 / FA RK 25-3292
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2025:26539, Rechtbank Den Haag, 16-12-2025, C/09/689395 / HA RK 25-394
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
23 juli 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
202404292/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3432