Juristi.nl
ECLI:NL:RVS:2025:3880Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2025:3880, Raad van State, 13-08-2025, 202306864/1/A3 — RVS:2025:3880

Samenvatting

Bij besluit van 9 juni 2022 heeft de korpschef van politie een aanvraag van [bedrijf] om [appellant] beveiligingswerkzaamheden te mogen laten verrichten voor dat bedrijf afgewezen. Op 26 februari 2022 heeft [bedrijf] toestemming verzocht als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (hierna: de Wpbr) om [appellant] beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten. De korpschef heeft de toestemming onthouden, omdat [appellant] volgens de korpschef niet beschikt over de betrouwbaarheid die nodig is voor het te verrichten beveiligerswerk. Bij zijn beoordeling heeft de korpschef paragraaf 3.3 van de Beleidsregels particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (hierna: de Beleidsregels) toegepast. De korpschef heeft aan zijn besluit ten grondslag gelegd dat het Openbaar Ministerie (hierna: het OM) op [datum] 2022 aan [appellant] een strafbeschikking van € 500,00 heeft opgelegd in verband met het rijden tijdens een rijverbod. Dit rijverbod was aan [appellant] opgelegd omdat na een staandehouding sporen van cocaïnegebruik bij hem waren vastgesteld en [appellant] verklaard heeft die bewuste dag cocaïne te hebben gebruikt. De officier van justitie heeft de zaak vanwege rijden onder invloed op [datum] 2022 geseponeerd onder verwijzing naar de code ‘ten onrechte als verdachte aangemerkt’. In bezwaar heeft de korpschef de onthouding van de toestemming gehandhaafd. [appellant] is het niet eens met de besluitvorming.

Betrokken advocaten

mr. Z.M. Nasir

appellant

Lexpert Advocaten, ROTTERDAM

mr. I. de Hoop

appellant

mr. V. Vermeulen

appellant

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

13 augustus 2025

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

202306864/1/A3

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:RVS:2025:3880

Bekijk op rechtspraak.nl