ECLI:NL:RVS:2025:3909, Raad van State, 06-08-2025, 202405653/1/A3 — RVS:2025:3909
Samenvatting
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 24 juli 2024 van de rechtbank Amsterdam, waarbij de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van 25 juli 2023 ongegrond heeft verklaard. In dat besluit had de korpschef van politie het bezwaar van [appellant] tegen de intrekking van de toestemming als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus aan [bedrijf] om hem beveiligingswerkzaamheden te laten uitvoeren, ongegrond verklaard.
Betrokken advocaten
mr. C.H. Bangma
appellant
mr. I.W.M.J. Bossmann
appellant
mr. R.F.I. de Lange Verschenen
appellant
mr. M. van Breenen
appellant
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1002, Rechtbank Den Haag, 19-01-2026, NL26.2111
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:26801, Rechtbank Den Haag, 22-12-2025, NL25.60222
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2025:5943, Raad van State, 11-12-2025, BRS.25.000690
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:21539, Rechtbank Den Haag, 11-11-2025, NL25.53404
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
6 augustus 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202405653/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3909