ECLI:NL:RVS:2025:4385, Raad van State, 15-09-2025, 202407583/1/A2 — RVS:2025:4385
Samenvatting
Bij besluit van 26 oktober 2023 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven een aanvraag van [appellant] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven afgewezen. Bij besluit van 5 januari 2024 heeft de CSG het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond.verklaard. [appellant] heeft op 24 mei 2023 een aanvraag om een uitkering uit het schadefonds ingediend. Hij heeft in het aanvraagformulier vermeld dat hij slachtoffer is geworden van een poging tot moord of doodslag. Aan de in bezwaar gehandhaafde afwijzing van deze aanvraag heeft de CSG ten grondslag gelegd dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij slachtoffer is geworden van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. [appellant] heeft weliswaar fors letsel opgelopen bij een schietincident, maar volgens de CSG is onvoldoende duidelijk wat de aanleiding, de toedracht en de omstandigheden waren waaronder dit heeft plaatsgevonden.
Betrokken advocaten
mr. J.M. Willems
appellant
mr. R.J.R. Hazen
appellant
mr. J.R. van Asselt Verschenen
appellant
mr. J.C.M. van der Weerd
appellant
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:587, Raad van State, 03-02-2026, 202404021/4/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1131, Rechtbank Den Haag, 27-01-2026, 09/336639-25
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6301, Raad van State, 16-12-2025, 202500108/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6302, Raad van State, 16-12-2025, 202500511/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
15 september 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202407583/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4385