ECLI:NL:RVS:2025:4523, Raad van State, 24-09-2025, 202406303/1/A2 — RVS:2025:4523
Samenvatting
Bij besluit van 2 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de parkeervergunning van [appellant] per 1 oktober 2022 ingetrokken. Het college heeft de parkeervergunning van [appellant] bij het besluit van 2 december 2021, gehandhaafd bij het besluit van 13 juni 2022, ingetrokken, omdat bewoners op zijn adres niet in aanmerking komen voor een parkeervergunning. In het besluit van 16 mei 2024 is het college teruggekomen op dat besluit, omdat de situatie van [appellant] onder een overgangsregeling valt. [appellant] heeft verzocht om een vergoeding voor de schade die hij heeft geleden als gevolg van het besluit van 2 december 2021. Hij heeft verzocht om een schadevergoeding van € 832,40. Dat bedrag bestaat uit de kosten die hij in de periode van 1 oktober 2022 tot en met 11 november 2022 heeft gemaakt voor negen parkeerboetes en een wielklem.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:466, Raad van State, 28-01-2026, 202502474/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:7041, Rechtbank Amsterdam, 25-09-2025, AMS 23/7031
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:4608, Rechtbank Amsterdam, 04-07-2025, 24/1523
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:15467, Rechtbank Noord-Holland, 19-06-2025, AWB - 24 _ 3000
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
24 september 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202406303/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4523