Juristi.nl
ECLI:NL:RVS:2025:4955Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2025:4955, Raad van State, 15-10-2025, 202305703/1/A3 — RVS:2025:4955

Samenvatting

Bij besluit van 27 juni 2022 heeft het college de aanvraag voor een exploitatievergunning van een seksbedrijf voor [bedrijf] afgewezen. [appellant] heeft in de periode van 26 februari 2014 tot en met 30 januari 2017 strafbare feiten gepleegd, door het niet (volledig) voldoen van de omzetbelasting en loonheffing over 2014 tot en met 2016. Ook heeft hij op 21 juli 2017 een onjuiste aangifte inkomstenbelasting over 2016 ingediend. De strafbare feiten zijn na een boekenonderzoek in 2019 aan het licht gekomen. [appellant] heeft op 24 december 2019 een aanvraag voor verlenging van een exploitatievergunning van zijn seksbedrijf [bedrijf] in Heerhugowaard ingediend. Deze heeft hij aangevuld op 15 maart 2021. Het college heeft de aanvraag, voor zover hier van belang, afgewezen op grond van artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a en b, en artikel 7 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Volgens het college bestaat er ernstig gevaar dat de vergunning mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of om strafbare feiten te plegen. Het college heeft deze afwijzing gebaseerd op het Bibob-advies van het Landelijk Bureau Bibob.

Betrokken advocaten

mr. J.S. Dallinga

appellant

Dallinga Advocatenpraktijk, ALKMAAR

mr. D.W.V. Zijlstra

appellant

DLZ Advocatuur, SCHOORL

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

15 oktober 2025

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

202305703/1/A3

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:RVS:2025:4955

Bekijk op rechtspraak.nl