ECLI:NL:RVS:2025:5092, Raad van State, 22-10-2025, 202303036/1/A3 — RVS:2025:5092
Samenvatting
Bij besluit van 5 januari 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 31.500,00 voor een arbeidsongeval met een mes waarbij een werknemer van [appellante] letsel heeft opgelopen aan zijn onderarm. Volgens de minister heeft [appellante] het gevaar te worden getroffen of geraakt door voorwerpen, producten of onderdelen daarvan niet voorkomen of zoveel mogelijk beperkt. Hiermee heeft zij artikel 16, tiende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, in samenhang gelezen met artikel 3.17 van het Arbeidsomstandighedenbesluit, overtreden. De minister is in het besluit van 8 juli 2022 bij zijn standpunt gebleven en heeft het bezwaar van [appellante] ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister op goede gronden het standpunt heeft ingenomen dat [appellante] niet heeft voldaan aan de voorwaarden die voortvloeien uit artikel 1, elfde lid, van de Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving. De minister hoefde de boete daarom niet te matigen.
Betrokken advocaten
mr. B.M. van der Kuil
appellant
mr. F. Th
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:6394, Raad van State, 24-12-2025, 202405065/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6149, Raad van State, 17-12-2025, 202404196/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:653, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 02-12-2025, 23/1556
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:654, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 02-12-2025, 23/1553
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
22 oktober 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202303036/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5092