Juristi.nl
ECLI:NL:RVS:2025:5194Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2025:5194, Raad van State, 29-10-2025, 202406690/1/A2 — RVS:2025:5194

Samenvatting

Bij besluit van 8 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht een verzoek van [appellant] om handhaving met betrekking tot de woning aan de [locatie] in Utrecht, waarvan [partij] eigenaar is, afgewezen. [appellant] heeft op 27 januari 2021, onder verwijzing naar een eerder verzoek, het college verzocht handhavend op te treden in verband met de bouw van afzonderlijke wooneenheden in de woning. Het college heeft dat verzoek bij het besluit van 8 april 2021, gehandhaafd bij het besluit van 24 augustus 2021, afgewezen. Het college heeft daaraan ten grondslag gelegd dat uit het rapport van een inspectie op 7 juli 2021 volgt dat er weliswaar twee appartementen in de woning aanwezig zijn, maar dat slechts één van de appartementen wordt bewoond. Volgens het college was daarom geen sprake van overtreding van het verbod om woonruimte tot twee of meer woonruimten te verbouwen of in die verbouwde staat te houden, als bedoeld in het toen geldende artikel 21, eerste lid, aanhef en onder d, van de Huisvestingswet 2014 en artikel 3.1.2, aanhef en onder d, van de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019, gemeente Utrecht.

Betrokken advocaten

mr. M.T. Smits

appellant

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

29 oktober 2025

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

202406690/1/A2

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RVS:2025:5194

Bekijk op rechtspraak.nl