ECLI:NL:RVS:2025:5348, Raad van State, 05-11-2025, 202500119/1/A3 — RVS:2025:5348
Samenvatting
Bij brief van 1 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerlen een aantal mededelingen gedaan aan [appellant]. De brief gaat over het gedrag van [appellant] richting de gemeente Heerlen en haar medewerkers en over het zeer grote aantal door hem geïnitieerde bestuursrechtelijke procedures en ingediende klachten. In de brief heeft het college ook de volgende mededelingen gedaan over de wijze waarop het college wil dat het contact tussen [appellant] en (medewerkers van) het college voortaan zal plaatsvinden. [appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen de brief. Het college heeft dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Volgens het college is de brief geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht omdat de mededelingen in de brief niet op enig rechtsgevolg zijn gericht. Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.
Betrokken advocaten
mr. V. van den Heuvel
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBLIM:2025:10790, Rechtbank Limburg, 29-10-2025, 11725804 \ CV EXPL 25-2437
Rechtbank Limburg · Civiel Recht
ECLI:NL:RBLIM:2025:8569, Rechtbank Limburg, 02-09-2025, ROE 24/3096
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1114, Centrale Raad van Beroep, 16-07-2025, 22/3028 WLZ
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:4020, Rechtbank Midden-Nederland, 16-07-2025, UTR 24/4038
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
5 november 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202500119/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5348