ECLI:NL:RVS:2025:5474, Raad van State, 12-11-2025, 202401791/1/R3 — RVS:2025:5474
Samenvatting
Bij besluit van 25 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Aa en Hunze het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het tuinhuis op het perceel [locatie] in Rolde (hierna: het perceel) afgewezen. Het gaat in deze zaak om het tuinhuis bij de woning van [partij] op het perceel [locatie 1] in Rolde. [appellant] woont op [locatie 2]. Op 13 december 2021 heeft [appellant] een verzoek om handhaving ingediend. Volgens [appellant] is het tuinhuis op het perceel op een kunstmatige ophoging van 0,45 m gerealiseerd en daarmee te hoog. Het college heeft het verzoek afgewezen, omdat het tuinhuis volgens het college voldoet aan de vereisten voor vergunningvrij bouwen en geen sprake is van een kunstmatige ophoging van de grond. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college bij het bepalen van de hoogte van het tuinhuis ten onrechte heeft gemeten vanaf het bestaande, afgewerkte terrein. Volgens [appellant] heeft [partij] het tuinhuis op een fundering van 0,45 m boven peil gebouwd en het terrein rondom het tuinhuis daarna kunstmatig opgehoogd.
Betrokken advocaten
mr. A. Kwint
appellant
mr. I. van der Meer
appellant
mr. O.V. Wilkens
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:5999, Raad van State, 10-12-2025, 202501291/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:5539, Raad van State, 19-11-2025, 202405622/1/R3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:5629, Raad van State, 19-11-2025, 202405379/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:5286, Raad van State, 05-11-2025, 202504309/2/R3
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
12 november 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202401791/1/R3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5474