ECLI:NL:RVS:2025:5759, Raad van State, 26-11-2025, 202203236/1/R3 — RVS:2025:5759
Samenvatting
Bij brief van 30 juni 2017 heeft [appellante] het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verzocht om handhavend op te treden in verband met de in haar woning geïnstalleerde warmteterugwinning balansventilatie installatie en vanwege de geluidhinder vanuit de gemeenschappelijke ruimten onder haar woning aan de [locatie] in Rotterdam. [appellante] is eigenaar van het appartement aan de [locatie] in Rotterdam. Dit appartement maakt onderdeel uit van een appartementencomplex aan de Bergsingel in Rotterdam en is gelegen op de eerste verdieping boven de gemeenschappelijke ruimten. Het college heeft bij besluit van 20 oktober 2004 aan [bedrijf] een bouwvergunning (tegenwoordig: omgevingsvergunning) verleend voor de bouw van dit appartementencomplex bestaande uit 139 woningen, een wijkzorgvoorziening en een parkeergarage. Deze zaak gaat over het verzoek van [appellante] aan het college om handhavend op te treden, omdat volgens haar het appartementencomplex, waaronder haar woning, niet volledig overeenkomstig de verleende bouwvergunning is gebouwd.
Betrokken advocaten
mr. S.B.H. Fijneman
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:489, Raad van State, 28-01-2026, 202400068/1/R3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:331, Raad van State, 21-01-2026, 202501634/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6359, Raad van State, 24-12-2025, 202406147/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:15364, Rechtbank Rotterdam, 18-12-2025, ROT 24/9374
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
26 november 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202203236/1/R3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5759