Juristi.nl
ECLI:NL:RVS:2025:5868Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2025:5868, Raad van State, 03-12-2025, 202403620/1/A3 — RVS:2025:5868

Samenvatting

Bij besluit van 30 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de bewonersvergunning parkeren van [appellant] ingetrokken. [appellant] woont op het adres [locatie] in Amsterdam. Het pand op dit adres is in verschillende gedeelten ingericht. Het bestaat uit woonruimte op de eerste etage, en bedrijfsruimte op de begane grond en in het souterrain. Voor elk gedeelte wordt afzonderlijk WOZ geheven. [appellant] heeft in 2007 een aanvraag gedaan voor de bewonersvergunning parkeren, die destijds is verleend en steeds halfjaarlijks automatisch is verlengd. Gedurende deze tijd was aan dat adres ook een bedrijfsvergunning parkeren toegewezen. Het besluit van 30 maart 2022 is gebaseerd op regelingen uit de Parkeerverordening 2013 en het Uitwerkingsbesluit Parkeerverordening 2022. Artikel 1, aanhef en onder a, van de Parkeerverordening bepaalt dat onder adres wordt begrepen ‘een adresseerbaar object’ zoals opgenomen in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen. Op grond van artikel 6, eerste en vierde lid, van het Uitwerkingsbesluit mag per adres slechts één vergunning worden verleend, en dit aantal wordt verminderd met het aantal op hetzelfde adres verleende bedrijfsvergunningen. Het college heeft met de intrekking van de bewonersvergunning parkeren van [appellant] een voorheen abusievelijk genomen besluit willen herstellen. [appellant] is het hier niet mee eens.

Betrokken advocaten

mr. G.H. Schoorl

appellant

SchoorlAdvocatuur, AMSTERDAM

mr. D.R. de Vries

appellant

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

3 december 2025

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

202403620/1/A3

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:RVS:2025:5868

Bekijk op rechtspraak.nl