ECLI:NL:RVS:2025:5958, Raad van State, 10-12-2025, 202401766/1/A2 — RVS:2025:5958
Samenvatting
Bij besluit van 7 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Weert op een aanvraag van [appellant] om brede ondersteuning bij herstel van werk en inkomen aan hem het aanbod gedaan om zich aan te melden voor een traject bij Werk.Kom. Het college heeft aan de besluitvorming ten grondslag gelegd dat [appellant] een gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag is, als bedoeld in artikel 2.21, eerste lid, aanhef en onder a, van het wetsvoorstel Wet hersteloperatie toeslagen. [appellant] betoogt dat de rechtbank hem op de zitting onvoldoende in de gelegenheid heeft gesteld om de schade die hij door de besluiten heeft geleden te onderbouwen. Verder betoogt hij dat de rechtbank er ten onrechte vanuit is gegaan dat hij zijn gestelde schade niet tot op zekere hoogte aannemelijk heeft gemaakt. In hoger beroep onderbouwt [appellant] zijn gestelde schade met correspondentie tussen hem en de gemeente Weert. Hij stelt dat hij ook immateriële schade heeft geleden.
Betrokken advocaten
mr. R.L.J. Demas
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2025:8775, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10-12-2025, BRE 24/7808
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:8772, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10-12-2025, BRE 24/7809
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:6885, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10-10-2025, BRE 25/3658
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:864, Centrale Raad van Beroep, 27-05-2025, 23/2365 PW-PV
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
10 december 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202401766/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5958