ECLI:NL:RVS:2025:6062, Raad van State, 15-12-2025, 202408049/1/V1 — RVS:2025:6062
Samenvatting
Bij besluit van 15 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 16 juli 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 5 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M.E. Muller, advocaat in Gouda, hoger beroep ingesteld.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:100, Raad van State, 12-01-2026, BRS.25.001855
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:27113, Rechtbank Den Haag, 19-12-2025, NL25.17854
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:23524, Rechtbank Den Haag, 10-12-2025, NL25.57614
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2025:5819, Raad van State, 03-12-2025, BRS.25.001041
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
15 december 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
202408049/1/V1
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6062