ECLI:NL:RVS:2025:6213, Raad van State, 18-12-2025, 202505643/2/A3 — RVS:2025:6213
Samenvatting
Het geding gaat over een ontheffing van het college van gedeputeerde staten van Fryslân van 2 december 2022 op grond van artikel 3.8, vijfde lid, van de Wet natuurbescherming. De ontheffing staat de Faunabeheereenheid toe om maximaal 429 steenmarters per jaar, in de periode van 1 december tot en met 30 juni, opzettelijk te vangen en te doden. De ontheffing geldt tot en met 30 juni 2026. Het college heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak verzocht de door de rechtbank getroffen voorlopige voorziening op te heffen of een andere voorziening te treffen die het gebruik maken van de ontheffing toestaat. Ook verzoekt het college om schorsing van de uitspraak, zodat het hangende de bodemprocedure geen nieuw besluit op bezwaar hoeft te nemen.
Betrokken advocaten
Prakken d'Oliveira, AMSTERDAM
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, 'S-GRAVENHAGE
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, 'S-GRAVENHAGE
Utopie Advocaten, 'S-GRAVENHAGE
mr. A.M. Jansen
mr. M. van Duin
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:615, Raad van State, 04-02-2026, 202407825/1/R2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:362, Raad van State, 21-01-2026, 202202983/1/R2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:363, Raad van State, 21-01-2026, 202202980/1/R2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBZWB:2026:188, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19-01-2026, 24/2561
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
18 december 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202505643/2/A3
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6213