ECLI:NL:RVS:2025:6259, Raad van State, 18-11-2025, 202500026/1/A2 — RVS:2025:6259
Samenvatting
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 9 december 2024 van de rechtbank Amsterdam waarbij de rechtbank het beroep van [appellante] tegen het besluit van 28 september 2023 van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam ongegrond heeft verklaard. In dat besluit heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 25 februari 2023, waarbij het college [appellante] een bestuurlijke boete van € 12.570,00 heeft opgelegd wegens overtreding van artikel 21, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014, ongegrond verklaard. Hangende het hoger beroep heeft het college bij besluit van 24 september 2025 het besluit van 28 september 2023 herzien en het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard, de boete gematigd naar € 2.500,00, het besluit van 25 februari 2023 herroepen, voor zover het de hoogte van de boete betreft, en bepaald dat de proceskosten in bezwaar worden vergoed.
Betrokken advocaten
mr. E.J. Daalder
appellant
mr. F. Schuttenhelm
appellant
mr. P.A. de Vink
appellant
mr. R.A. Niesing Verschenen
appellant
mr. L.A. van Montfoort
appellant
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2015:12741, Rechtbank Den Haag, 11-11-2015, C-09-450413-HA ZA 13-1031
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:GHDHA:2015:2847, Gerechtshof Den Haag, 29-09-2015, 200.155.547/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2015:4131, Rechtbank Den Haag, 26-02-2015, C-09-480471 - KG ZA 15-10
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:GHDHA:2014:4186, Gerechtshof Den Haag, 16-12-2014, 200.133.116
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
18 november 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202500026/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6259