ECLI:NL:RVS:2025:6336, Raad van State, 24-12-2025, 202406302/1/A2 — RVS:2025:6336
Samenvatting
Bij besluit van 4 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een boete van € 10.000,00 opgelegd aan [appellant] voor het in gebruik geven van een woning aan personen die niet over een huisvestingsvergunning beschikken. [appellant] is eigenaar van de woning aan [locatie]. Vanaf 2021 heeft [appellant] de woning ter beschikking gesteld aan een samengesteld gezin uit Litouwen dat dakloos was. Het ging destijds om mevrouw [persoon A], haar toenmalige echtgenoot de heer [persoon B] en een kind. [persoon A] heeft daarna nog een kind gekregen. Op 8 augustus 2022 heeft een inspecteur van de Haagse Pandbrigade de woning onderzocht. De inspecteur heeft vastgesteld dat het gezin niet beschikte over een verplichte huisvestingsvergunning. Uit het sanctierapport blijkt dat de woning 180 huurpunten heeft en voor de verhuur van een woonruimte met minder dan 185 huurpunten een huisvestingsvergunning vereist is. [appellant] voert aan dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het aandeel van het CJG en het college in de ontstane situatie onvoldoende is onderzocht.
Betrokken advocaten
A.C. Visser
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:6001, Raad van State, 10-12-2025, 202407377/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:23036, Rechtbank Den Haag, 28-08-2025, 23/7766
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:5276, Rechtbank Den Haag, 02-04-2025, 23/5950
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:3995, Rechtbank Den Haag, 17-03-2025, SGR 22/7258
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
24 december 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202406302/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6336