ECLI:NL:RVS:2026:1027, Raad van State, 25-02-2026, 202405662/1/V6 — RVS:2026:1027
Samenvatting
Bij besluit van 23 mei 2023 heeft de raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank van bestuur een verzoek van [appellante] om herziening van een besluit van 20 augustus 2021, afgewezen. [appellante] woont in Suriname en ontvangt sinds 1 juni 2013 een remigratie-uitkering en een tegemoetkoming ziektekostenverzekering. Zij zat vanaf 4 oktober 2020 tot 2 augustus 2022 in detentie. Omdat zij niet op tijd heeft doorgegeven dat zij gedetineerd was, heeft de raad van bestuur haar bij besluit van 20 augustus 2021 een boete opgelegd van € 1.486,48. De raad van bestuur vordert dit bedrag in door maandelijks een bedrag in te houden op de remigratie-uitkering van [appellante], die vanaf september 2022 - na de detentie - weer is ingegaan. [appellante] heeft tegen dit besluit geen rechtsmiddelen aangewend. [appellante] heeft later wel in een verzoek om herziening de raad van bestuur verzocht om de hoogte van de opgelegde boete opnieuw te beoordelen.
Betrokken advocaten
mr. K. Verbeek
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2026:878, Rechtbank Rotterdam, 28-01-2026, ROT 24/11626
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2026:880, Rechtbank Rotterdam, 28-01-2026, ROT 25/4759
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2026:566, Rechtbank Rotterdam, 20-01-2026, ROT 24/10032
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:10304, Rechtbank Gelderland, 02-12-2025, 24_9134
Rechtbank Gelderland · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
25 februari 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202405662/1/V6
Procedure
Herziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1027