Juristi.nl
ECLI:NL:RVS:2026:1189Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:1189, Raad van State, 04-03-2026, 202500544/1/R4 — RVS:2026:1189

Samenvatting

Bij besluit van 18 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest besloten over te gaan tot invordering van door [appellant] verbeurde dwangsommen. Bij besluit van 13 maart 2018 heeft het college [appellant] een last onder dwangsom opgelegd om het met het bestemmingsplan "Soestdijkse Grachten" strijdige gebruik van een autohandelsbedrijf op het perceel [locatie] in Soest te beëindigen en beëindigd te houden. Ook is in dat besluit bepaald dat [appellant] na afloop van de begunstigingstermijn een dwangsom van € 5.000,00 verbeurt per maand of deel van een maand dat niet aan de last is voldaan, met een maximum van € 50.000,00. In haar uitspraak van 9 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4055, heeft de Afdeling onder 9.2 overwogen dat [appellant] op basis van een e-mail van een gemeentelijke ambtenaar van 6 januari 2020 de gerechtvaardigde verwachting mocht hebben dat het college pas over zou gaan tot invordering van dwangsommen als er vijf dwangsommen waren verbeurd. In het besluit op bezwaar van 15 oktober 2020 heeft het college zich op het standpunt gesteld dat er slechts twee dwangsommen zijn verbeurd.

Betrokken advocaten

mr. J.W. Verhoeven

appellant

Bosselaar Strengers Legal Partners, UTRECHT

mr. P.S. Dijkstra

appellant

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

4 maart 2026

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

202500544/1/R4

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RVS:2026:1189

Bekijk op rechtspraak.nl