ECLI:NL:RVS:2026:1382, Raad van State, 11-03-2026, 202404416/1/R3 — RVS:2026:1382
Samenvatting
Bij besluit van 3 januari 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland een handhavingsverzoek van [appellanten] afgewezen (het afwijzingsbesluit). In 2011 is de woning aan de [locatie 1] in Maasland (de woning) intern verbouwd. De verbouwing is onder meer uitgevoerd in een ruimte die zich bevindt aan de zuidkant van de woning. Deze ruimte grenst aan de woning van [appellanten] aan de [locatie 2]. In deze ruimte is een dragende wand vervangen door balken. Eén balk loopt evenwijdig aan de zijmuur tussen de woningen op [locatie 2] en [locatie 1]. Deze balk bevindt zich op ongeveer een meter van deze zijmuur. Een andere balk loopt evenwijdig aan de achtergevel van [locatie 1] en was verankerd in de stenen zijmuur tussen [locatie 2] en [locatie 1]. Voor deze bouwwerkzaamheden was op dat moment geen omgevingsvergunning verleend.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:3984, Raad van State, 20-08-2025, 202407523/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:3970, Raad van State, 20-08-2025, 202302774/1/R2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:2922, Raad van State, 16-07-2025, 202206525/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:2070, Raad van State, 07-05-2025, 202303819/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
11 maart 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202404416/1/R3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1382