ECLI:NL:RVS:2026:1702, Raad van State, 25-03-2026, 202501128/1/A2 — RVS:2026:1702
Samenvatting
Bij besluit van 12 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] heeft een urgentieverklaring om medische redenen aangevraagd. Zij woont met haar partner en hun drie kinderen, waarvan twee minderjarig zijn, in een vierkamerwoning van 120 m² met drie bouwlagen. De jongste zoon van [appellante] heeft een autismespectrumstoornis en gaat inmiddels naar het speciaal onderwijs. [appellante] stelt dat de woning gevaarlijk voor haar zoon is, zij overbelast is door de als gevolg van de woonsituatie intensieve zorg voor haar zoon en haar medische en psychische klachten daardoor zijn toegenomen. [appellante] stelt dat zij de woning niet veilig kan maken voor haar zoon omdat zij de benodigde maatregelen, zoals het aan de muur bevestigen van hoge traphekjes, het aanbrengen van sloten op ramen en deuren en het plaatsen van een afsluitbare keukendeur, van de verhuurder niet mag uitvoeren. Een kleinere gelijkvloerse benedenwoning met een afgesloten keuken en een omheinde tuin, zal volgens haar veiliger zijn voor haar zoon.
Betrokken advocaten
mr. J. van den Boorn
appellant
mr. M. Yildiz
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:6324, Raad van State, 24-12-2025, 202405050/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6302, Raad van State, 16-12-2025, 202500511/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:9864, Rechtbank Amsterdam, 10-12-2025, 24/6858
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:RVS:2025:1782, Raad van State, 14-04-2025, 202403468/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
25 maart 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202501128/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1702