ECLI:NL:RVS:2026:1713, Raad van State, 25-03-2026, 202501259/1/A2 — RVS:2026:1713
Samenvatting
Bij drie afzonderlijke besluiten van 14 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellant sub 2] drie boetes opgelegd van elk € 20.000,00 voor het in gebruik geven van drie woningen aan personen die niet over een huisvestingsvergunning beschikten. [appellant sub 2] is eigenaar en verhuurder van de woningen [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3] in Den Haag. Inspecteurs van de Haagse Pandbrigade hebben op 8 november 2022 geconstateerd dat deze woningen in gebruik zijn gegeven zonder dat een huisvestingsvergunning aan de huurders was verleend. Volgens het college was een huisvestingsvergunning vereist omdat de woningen elk minder dan 185 huurpunten hebben. Op basis van de resultaten van de inspectie van de Haagse Pandbrigade heeft het college geconcludeerd dat [appellant sub 2] de woningen in strijd met artikel 8, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014 (Hw) en artikel 2.2 van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 (Hv 2019) aan personen in gebruik heeft gegeven zonder de daarvoor benodigde huisvestingsvergunning.
Betrokken advocaten
mr. T.M.T. Konings
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:829, Rechtbank Den Haag, 20-01-2026, NL26.1154
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:23423, Rechtbank Den Haag, 09-12-2025, NL25.57867
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:23833, Rechtbank Den Haag, 21-11-2025, 25/7631
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1721, Centrale Raad van Beroep, 20-11-2025, 23/629 WSF
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
25 maart 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202501259/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1713