Juristi.nl

Raad van State blokkeert uitzetting asielzoekers hangende hoger beroep — RVS:2026:1771

asiel / voorlopige voorziening uitzettingsverbod / niet-ontvankelijkheid asielaanvraag

Eiser / verzoeker

Verzoeker A en verzoeker B, mede voor hun minderjarige kinderen

VS

Verweerder / gedaagde

Minister van Asiel en Migratie

Voorlopige voorziening toegewezen: uitzetting verboden totdat op het hoger beroep is beslist, minister veroordeeld tot €934,00 proceskosten.

  • Asielaanvragen niet-ontvankelijk verklaard door minister en beroepen ongegrond verklaard door rechtbank
  • Hoger beroep vereist nader onderzoek dat zich niet leent voor de voorlopige-voorzieningenprocedure
  • Voorlopige voorziening toegewezen: uitzettingsverbod totdat op hoger beroep is beslist
  • Minister veroordeeld tot vergoeding van €934,00 proceskosten

Samenvatting

Een asielzoekersgezin heeft via een spoedprocedure bij de Raad van State een tijdelijk uitzettingsverbod afgedwongen. De minister van Asiel en Migratie had hun asielaanvragen niet-ontvankelijk verklaard, maar de hoogste bestuursrechter zet die beslissing voorlopig op hold.

De minister verklaarde in oktober 2025 de asielaanvragen van het stel — dat ook namens hun minderjarige kinderen procedeert — niet-ontvankelijk. Dat betekent dat Nederland hun verzoeken inhoudelijk niet heeft beoordeeld, vermoedelijk omdat een ander Europees land als eerste verantwoordelijk wordt geacht. De rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, bevestigde die beslissing in maart 2026 door de beroepen ongegrond te verklaren.

Het gezin liet het daar niet bij zitten en tekende hoger beroep aan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tegelijkertijd vroegen zij om een voorlopige voorziening: een tijdelijk verbod op uitzetting en behoud van opvang en leefgeld, totdat de rechter in hoger beroep een definitief oordeel heeft geveld.

De voorzieningenrechter van de Raad van State heeft dat verzoek gehonoreerd. De rechter stelt vast dat het hoger beroep nader onderzoek vergt dat zich niet leent voor een snelle voorlopige-voorzieningenprocedure. Dat is een signaal dat de zaak inhoudelijk vragen oproept die serieuze aandacht vereisen. Om te voorkomen dat het gezin wordt uitgezet voordat die vragen zijn beantwoord, wordt het uitzettingsverbod opgelegd.

De voorzieningenrechter legt de minister van Asiel en Migratie een voorlopig uitzettingsverbod op en veroordeelt hem tot betaling van €934,00 aan proceskosten aan het gezin.

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

30 maart 2026

Zaaknummer

BRS.26.001264

Procedure

Voorlopige voorziening

ECLI

ECLI:NL:RVS:2026:1771

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Raad van State verlaagt dwangsom in mvv-zaak van €37.500 naar €7.500
Raad van State·31 mrt 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Raad van State verlaagt dwangsom traag visumproces
Raad van State·31 mrt 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Minister hoeft asieluitspraak niet uit te voeren tijdens hoger beroep
Raad van State·30 mrt 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Raad van State: rechter had asielzaak Egyptenaar niet mogen seponeren
Raad van State·30 mrt 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter schort asieluitspraak op verzoek minister op
Raad van State·30 mrt 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht