Juristi.nl
ECLI:NL:RVS:2026:1809Bestuursrecht

Raad van State: Laka is wél belanghebbende bij kernenergie-subsidies — RVS:2026:1809

subsidierecht / belanghebbendheid bij begrotingssubsidies nucleaire technologie

Eiser / verzoeker

Stichting Laka

VS

Verweerder / gedaagde

Minister van Klimaat en Groene Groei

Hoger beroep van Laka gegrond verklaard; het niet-ontvankelijkheidsbesluit van de minister vernietigd en de minister opgedragen binnen tien weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen met erkenning van Laka als belanghebbende.

  • Laka is belanghebbende bij de vier subsidiebeschikkingen omdat de subsidies de nucleaire infrastructuur versterken, wat rechtstreeks raakt aan Laka's statutaire doel kernenergie te bestrijden.
  • De termijnoverschrijding bij het bezwaar tegen de TU Delft-beschikking is verschoonbaar: Laka kende de beschikkingen pas vanaf 23 januari 2023 en handelde daarna voortvarend.
  • Het incidenteel hoger beroep van TU Delft, gericht op niet-ontvankelijkheid wegens termijnoverschrijding, is ongegrond verklaard.
  • De minister moet een nieuw besluit op bezwaar nemen met inachtneming van Laka's status als belanghebbende, binnen tien weken na de uitspraak.
  • Tegen het nieuwe besluit kan alleen beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Samenvatting

De Stichting Laka, een Amsterdamse organisatie die zich inzet tegen kernenergie, mocht van de minister niet meedoen aan een bezwaarprocedure over vier subsidies voor de versterking van de nucleaire kennisinfrastructuur. De Raad van State heeft nu bepaald dat dat onjuist was: Laka is wél een belanghebbende partij en had dus moeten worden toegelaten.

Het conflict draait om vijf miljoen euro die de Tweede Kamer in 2022 vrijmaakte via een amendement, bedoeld om de nucleaire kennis- en innovatie-infrastructuur in Nederland te versterken. De minister verdeelde dat geld via vier subsidiebeschikkingen: aan regieorgaan SIA (voor lectoraten kernenergie), aan de TU Delft (voor een leerstoel stralingsbescherming en laboratoriumapparatuur), aan energiebedrijf EPZ (voor onderzoek naar een publiekscentrum over kernenergie) en aan stichting NRG (voor een Nuclear Academy en nieuwe labapparatuur).

Laka hoorde via een Wob-verzoek — pas op 23 januari 2023 — dat deze beschikkingen al waren genomen. De organisatie maakte daarna bezwaar, maar de minister verklaarde dat bezwaar niet-ontvankelijk: Laka zou geen belanghebbende zijn. De rechtbank Amsterdam bevestigde dat standpunt vorig jaar. Volgens de rechtbank hadden de gesubsidieerde activiteiten geen directe gevolgen voor natuur en milieu, het terrein waarop Laka zich richt.

De Raad van State denkt daar anders over. De statuten van Laka omschrijven het doel van de stichting als het beschermen van de natuur en het milieu tegen straling, radioactiviteit en kernenergie in het bijzonder. Laka stelt expliciet dat haar doel is een nucleaire renaissance in Nederland te voorkomen. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat de subsidies niet alleen kennisverspreiding bevorderen, maar ook de nucleaire infrastructuur versterken. Dat raakt rechtstreeks aan de belangen die Laka behartigt. Bovendien verricht Laka aantoonbaar feitelijke werkzaamheden op dit terrein, zoals voorlichting via haar website en deelname aan debatten over energiebeleid.

TU Delft probeerde via een incidenteel hoger beroep nog te bereiken dat het bezwaar van Laka tegen de aan haar gerichte beschikking sowieso te laat was ingediend — en dus buiten behandeling zou moeten blijven. De bezwaartermijn liep formeel tot 25 januari 2023, maar Laka diende haar bezwaar pas op 2 februari in. De Raad van State oordeelt echter dat deze termijnoverschrijding verschoonbaar is: Laka wist pas op 23 januari van het bestaan van de beschikkingen, en heeft daarna voortvarend gehandeld door binnen zes weken bezwaar te maken. Het incidenteel hoger beroep van TU Delft is dan ook ongegrond verklaard.

De uitspraak van de rechtbank Amsterdam wordt vernietigd. De minister moet nu opnieuw een beslissing nemen op het bezwaar van Laka, ditmaal met erkenning van haar status als belanghebbende. Daarvoor krijgt de minister tien weken de tijd. De minister moet ook het door Laka betaalde griffierecht van 924 euro vergoeden.

Betrokken advocaten

mr. E.P. Koorstra

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

1 april 2026

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

202401440/1/A2

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:RVS:2026:1809

Bekijk op rechtspraak.nl