Raad van State: principeverzoek zonnepark is geen besluit waartegen beroep openstaat — RVS:2026:1810
bestuursrecht / omgevingsrecht — principeverzoek zonnepark, besluitbegrip Awb
Eiser / verzoeker
appellant, wonend in Budel, gemeente Cranendonck
Verweerder / gedaagde
college van burgemeester en wethouders van Cranendonck
Het hoger beroep is gegrond verklaard op procedurele grond: het oorspronkelijke beroep wordt alsnog niet-ontvankelijk verklaard; het college moet € 446,21 aan proceskosten en griffierecht vergoeden.
- Een reactie op een principeverzoek in het kader van de Visie Zonneparken is geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, Awb omdat het niet op rechtsgevolg is gericht.
- Bij het ontbreken van een besluit staat geen bezwaar of beroep open en kunnen geen dwangsommen worden verbeurd wegens niet-tijdig beslissen (artikel 4:17 Awb).
- De Wabo regelt exclusief de indieningsvereisten voor een omgevingsvergunningaanvraag; gemeentelijk vooroverlegbeleid is geen verplicht voorportaal en niet bindend.
- De rechtbank had het beroep niet-ontvankelijk moeten verklaren in plaats van ongegrond; de Raad van State herstelt deze procedurele fout ambtshalve.
Samenvatting
Een man uit Budel wilde op zijn grond aan de Randweg-Oost een zonnepark realiseren. Daarvoor diende energiebedrijf Vrijopnaam B.V. in april 2021 namens hem een zogenoemd principeverzoek in bij de gemeente Cranendonck. Zo'n principeverzoek is een eerste stap uit het gemeentelijk beleid voor zonneparken, bedoeld om te verkennen of een initiatief haalbaar is.
Toen het college van burgemeester en wethouders jarenlang niet formeel reageerde, stelde de man het college in februari 2023 alsnog schriftelijk in de gelegenheid een besluit te nemen. Pas in juni 2023 liet het college weten niet akkoord te gaan met het verzoek, omdat er onvoldoende netcapaciteit beschikbaar zou zijn. Intussen had de man in mei 2023 al beroep ingesteld bij de rechtbank wegens het uitblijven van een tijdig besluit, in de hoop ook aanspraak te kunnen maken op een dwangsom wegens trage besluitvorming.
De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep ongegrond. Volgens de rechtbank is een reactie op een principeverzoek geen 'besluit' in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, omdat zo'n reactie geen rechtsgevolgen heeft. Een positieve reactie geeft geen toestemming voor het zonnepark, een negatieve reactie is geen weigering van een omgevingsvergunning. De man kon dus ook geen dwangsom claimen wegens te laat beslissen.
In hoger beroep hield de man vol dat de reactie op zijn principeverzoek wél rechtsgevolgen heeft. Hij wees erop dat de gemeentelijke regiekamer al vroeg in het proces een formeel verzoek aan de gemeenteraad doet, en dat een positief besluit van het college in de praktijk zo goed als zeker leidt tot een omgevingsvergunning. Bovendien zou het college stelselmatig en met tendentieuze argumenten weigeren zijn verzoek in behandeling te nemen, wat hij beschouwde als een impliciete weigering van de omgevingsvergunning.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank inhoudelijk: een beslissing op een principeverzoek zoals beschreven in de Visie Zonneparken van de gemeente Cranendonck is niet op rechtsgevolg gericht en daarmee geen besluit waartegen bezwaar of beroep openstaat. De Wabo regelt exclusief onder welke voorwaarden een aanvraag om omgevingsvergunning kan worden ingediend, en een positieve uitkomst van vooroverleg staat daar niet als vereiste in. Het college kan een aanvraag ook niet buiten behandeling stellen alleen omdat het principeverzoek negatief is uitgevallen.
Toch verklaart de Raad van State het hoger beroep gegrond — niet inhoudelijk, maar om een procedurele reden. De rechtbank had het beroep destijds niet ongegrond mogen verklaren, maar niet-ontvankelijk. Dat is een wezenlijk verschil: ongegrond betekent dat de rechter de zaak inhoudelijk heeft beoordeeld en de klacht afwijst, terwijl niet-ontvankelijk betekent dat de rechter de zaak helemaal niet in behandeling kon nemen omdat de toegang tot de rechter ontbreekt. De Raad van State herstelt deze fout en verklaart het oorspronkelijke beroep alsnog niet-ontvankelijk. Het college moet de proceskosten in hoger beroep vergoeden: € 167,21 aan proceskosten en € 279,00 aan griffierecht.
Betrokken advocaten
D.C.F.J. Velings
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
Kempen Airport verliest hoger beroep door te laat indienen gronden
Raad van State · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Raad van State: zonneveld Budel vormt geen gevaar voor vliegverkeer luchthaven
Raad van State · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RVS:2025:3554, Raad van State, 30-07-2025, 202405243/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBOBR:2025:2494, Rechtbank Oost-Brabant, 29-04-2025, 23/2069
Rechtbank Oost-Brabant · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
1 april 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202405040/1/R2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1810