Juristi.nl
ECLI:NL:RVS:2026:1815Bestuursrecht; Omgevingsrecht

Waspeencentrum Noordwijk struikelt over welstand en provinciale verordening — RVS:2026:1815

omgevingsvergunning / afwijking bestemmingsplan / welstand / provinciale omgevingsverordening

Eiser / verzoeker

Waspeenbedrijf (appellante sub 1) en omwonenden Noordwijk (appellant sub 2 en anderen)

Verweerder / gedaagde

College van burgemeester en wethouders van Noordwijk

De Raad van State verklaart beide hoger beroepen ongegrond en bevestigt de vernietiging van de omgevingsvergunning voor het waspeencentrum; het college moet een nieuw besluit nemen.

  • Het college mocht het negatieve welstandsadvies terzijde schuiven op het punt van schaalvergroting, maar had vervolgens zelf moeten beoordelen of het bouwplan op andere onderdelen voldeed aan de Welstandsnota — dat nalaten is onvoldoende motivering.
  • Het bouwplan is in strijd met artikel 6.17 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland, omdat het perceel in een bollenteeltgebied ligt en de uitzonderingsbepalingen (zesde en zevende lid) niet van toepassing zijn.
  • Het ontbreken van beroep door de provincie tegen de vergunning is geen bevestiging dat de verordening niet geschonden is.
  • Op de aanvraag (ingediend in 2019) blijft de Wabo (oud recht) van toepassing, ondanks de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024.
  • De hoger beroepen van zowel het waspeenbedrijf als de omwonenden zijn ongegrond; de rechterlijke vernietiging van de omgevingsvergunning blijft in stand.

Samenvatting

Een bedrijf dat waspenen wast, polijst en verpakt wilde uitbreiden naar een nieuwe locatie in Noordwijk. Daarvoor was een omgevingsvergunning nodig die afweek van het bestemmingsplan, omdat het perceel bestemd was voor bedrijven die verwant zijn aan de bollenteeltsector — en waspenen zijn geen bollen maar groenten. Het college van burgemeester en wethouders verleende de vergunning toch, maar omwonenden maakten bezwaar en stapten naar de rechter.

De rechtbank Den Haag vernietigde de omgevingsvergunning in 2023. Zowel het waspeenbedrijf als de omwonenden gingen in hoger beroep bij de Raad van State. De zaak draait om twee centrale kwesties: of het bouwplan voldoet aan de redelijke eisen van welstand, en of het plan in strijd is met de provinciale Omgevingsverordening Zuid-Holland.

Over welstand oordeelde de rechtbank dat het college weliswaar voorbij mocht gaan aan het negatieve advies van de Welstandscommissie — dat advies was vooral gebaseerd op de schaalvergroting in het landschap, terwijl gemeentelijke stedenbouwkundigen de bebouwing wél landschappelijk inpasbaar vonden — maar dat het college vervolgens zelf had moeten beoordelen of het bouwplan op andere punten voldeed aan de welstandscriteria. Dat deed het college niet. De Raad van State bevestigt dit oordeel: het college heeft in het midden gelaten of het bouwplan voldoet aan de redelijke eisen van welstand, en dat is onvoldoende motivering.

De tweede kwestie betreft de provinciale verordening. Het perceel ligt in een aangewezen bollenteeltgebied, waarvoor de Omgevingsverordening strenge regels stelt. Het waspeenbedrijf voerde aan dat een uitzondering van toepassing was, onder meer omdat de vestiging zou bijdragen aan de bollenteeltsector en het woon- en leefklimaat zou verbeteren. Ook wees het bedrijf erop dat de provincie zelf geen beroep had ingesteld tegen de vergunning, wat zou betekenen dat de provincie het plan accepteerde. De Raad van State gaat hier niet in mee en bevestigt het oordeel van de rechtbank dat het bouwplan in strijd is met de verordening en dat een provinciale ontheffing ontbreekt.

De Raad van State verklaart de hoger beroepen ongegrond en laat de vernietiging van de omgevingsvergunning door de rechtbank in stand. Het college moet een nieuw besluit nemen, waarbij het de gebreken in de motivering — zowel op het vlak van welstand als de provinciale verordening — moet herstellen.

Betrokken advocaten

mr. S. Maakal

appellante sub 1 (waspeenbedrijf)

Dommerholt Advocaten, HEERENVEEN

mr. J.J.M. van Lint

appellant sub 2 en anderen (omwonenden)

De CLERCQ Advocaten Notariaat, LEIDEN

mr. C.H. Norde

verweerder (college)

La Gro, 'S-GRAVENHAGE

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

1 april 2026

Zaaknummer

202305143/1/R1

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:RVS:2026:1815

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter wijst woninguitbreiding Haarlemse eigenaren definitief af
Raad van State·1 apr 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Raad van State staat huisvesting 144 arbeidsmigranten in America toe
Raad van State·1 apr 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Rechter staat omstreden Rotterdamse Tree House-toren toe
Raad van State·1 apr 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht