ECLI:NL:RVS:2026:1845, Raad van State, 01-04-2026, 202502979/1/A2 — RVS:2026:1845
Samenvatting
Bij besluit van 31 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] woont sinds 2011 met zijn echtgenote en twee minderjarige kinderen, in een tweekamerwoning van circa 44 m², gelegen aan het [locatie] te Amsterdam. Sinds 2018/2019 ondervindt het gezin structurele problemen met schimmelvorming in de woning. [appellant] heeft op grond van medische omstandigheden een aanvraag om urgentie ingediend. Het college heeft de aanvraag van [appellant] afgewezen. Op grond van artikel 2.10.5, eerste lid, onder b, c en d van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024 (Hvv) weigert het college een urgentieverklaring te verlenen als het urgente huisvestingsprobleem niet aanwezig is, het huisvestingsprobleem kan worden voorkomen of op andere wijze kan worden opgelost door gebruik te maken van een ander voorziening. [appellant] keert zich tegen het oordeel van de rechtbank dat het college terecht de urgentieverklaring heeft geweigerd en mocht afzien van toepassing van de hardheidsclausule.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:1846, Raad van State, 01-04-2026, 202201857/1/A3 en 202201863/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:1667, Raad van State, 26-03-2026, BRS.25.001250
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2026:1753, Raad van State, 25-03-2026, 202501843/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:1745, Raad van State, 25-03-2026, 202002101/1/R2
Raad van State · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
1 april 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202502979/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1845