Ennatuurlijk verliest strijd tegen verleggingsplicht warmteleiding Enschede — RVS:2026:1919
intrekking vergunning ondergrondse infrastructuur / verleggingsplicht warmteleiding / nadeelcompensatie
Eiser / verzoeker
Ennatuurlijk B.V.
Verweerder / gedaagde
college van burgemeester en wethouders van Enschede
Hoger beroep van Ennatuurlijk ongegrond verklaard; de vergunningsintrekking en verleggingsverplichting blijven in stand.
- De intrekking van de vergunning op grond van artikel 2.6, eerste lid, aanhef en onder h, AVOI 2018 is voldoende gemotiveerd door de gemeentelijke opgave van werkgelegenheid en het tekort aan bedrijfskavels.
- Kostenverhaal op profiterende partijen via de Wet ruimtelijke ordening staat los van de bevoegdheid tot intrekking en verlegging; de AVOI 2018 stelt dat niet als voorwaarde.
- Het verleggen van kabels en leidingen bij gemeentelijke werkzaamheden is een normale maatschappelijke ontwikkeling waarbij de nadelige gevolgen in beginsel voor rekening van de ondernemer blijven.
- Gronden over het gedeelte van de leiding dat onder de Belemmeringenwet Privaatrecht viel zijn buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde.
- De gemeente biedt via de Verlegregeling een nadeelcompensatieprocedure aan voor schade die het normale bedrijfsrisico overstijgt.
Samenvatting
Warmtebedrijf Ennatuurlijk heeft een juridische strijd verloren tegen de gemeente Enschede over de gedwongen verlegging van een warmteleiding in de Oostkrans van de Usseler Es. De Raad van State bevestigde dat de gemeente rechtmatig handelde door de vergunning voor de leiding in te trekken en het bedrijf te verplichten de leiding te verleggen. Ennatuurlijk stelt daarvoor ongeveer 2,4 miljoen euro aan kosten te hebben gemaakt.
De warmteleiding werd in 1986 aangelegd en voorziet circa 9.000 huishoudens en bedrijven in de regio Enschede van warmte. Een deel van 390 meter moest worden verwijderd en vervangen door een nieuw tracé van 490 meter. De reden: de gemeente wil op het terrein bedrijfskavels uitgeven om aan de grote vraag naar bedrijfsruimte te voldoen. Daarvoor is het nodig dat de infrastructuur wordt aangepast.
Ennatuurlijk verzette zich in de eerste plaats tegen de juridische grondslag van het besluit. Het bedrijf betoogde dat de gemeente onvoldoende had gemotiveerd waarom de verlegging noodzakelijk was in het algemeen belang. De Raad van State volgde dit argument niet. De gemeente had in het besluit voldoende uitgelegd dat er in Enschede weinig aanbod is aan bedrijfskavels, dat het kunnen vinden van werk bijdraagt aan een sociale en inclusieve stad, en dat de warmteleidingen van Ennatuurlijk letterlijk in de weg lagen voor de ontwikkeling van het terrein.
Een tweede hoofdpunt van het geschil betrof de vraag wie de rekening moet betalen. Ennatuurlijk vond dat de gemeente de verlegkosten had moeten verhalen op de toekomstige kopers van de gronden, via het systeem van de Wet ruimtelijke ordening en het daarin geregelde exploitatieplan. Zo zouden de kosten terechtkomen bij de partijen die er ook baat bij hebben. De Raad van State oordeelde echter dat kostenverhaal op derden geen voorwaarde is voor een geldig verleggingsbesluit. De twee zaken staan los van elkaar.
Ennatuurlijk voerde ook aan dat de financiële last onevenredig op haar wordt afgewenteld, terwijl de gemeente en de nieuwe grondeigenaren de vruchten plukken. Het bedrijf wees op zijn semi-publieke rol als aanbieder van duurzame warmte en stelde dat het door de kosten minder kan investeren in nieuwe infrastructuur, wat de verduurzaming van de regio zou schaden. Tevens werd staatssteun als risico genoemd doordat lagere grondprijzen mogelijk ongeooorloofde voordelen zouden opleveren voor kopers.
De Raad van State benadrukte dat voor het verleggen van kabels en leidingen bij gemeentelijke werkzaamheden in het algemeen geldt dat de nadelige gevolgen in beginsel voor rekening van de betrokken ondernemer komen. De gemeente Enschede heeft bovendien een Verlegregeling vastgesteld op basis waarvan Ennatuurlijk een nadeelcompensatieverzoek kan indienen. Daarmee is er een voorziening voor gevallen waarin de schade het normale bedrijfsrisico overstijgt.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep van Ennatuurlijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Overijssel. De verleggingsverplichting blijft daarmee in stand, al heeft Ennatuurlijk de werkzaamheden inmiddels al in de zomer van 2023 afgerond.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2025:14479, Rechtbank Rotterdam, 12-12-2025, ROT 23/3690
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:8372, Rechtbank Rotterdam, 11-07-2025, ROT 23/3690
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:2649, Raad van State, 11-06-2025, 202205040/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:2060, Raad van State, 07-05-2025, 202204810/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
8 april 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202305689/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1919
Investeer in obligaties met hypothecaire zekerheden
- 6% vast rendement
- Stevige zekerheden
- Kwartaalbetalingen
- Vanaf €30.000
Beleggen brengt risico's met zich mee. U kunt uw inleg verliezen.