Rechter verwerpt beroep Noordwijker tegen geluidssaneringsbesluit — RVS:2026:1920
geluidssanering / hogere waardenbesluit Wet geluidhinder
Eiser / verzoeker
Inwoner van Noordwijk (appellant)
Verweerder / gedaagde
Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Het beroep is ongegrond verklaard; het besluit waarbij een ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 60 dB voor de woning van appellant is vastgesteld, blijft in stand.
- De wettelijk voorgeschreven Standaardrekenmethode 2 is correct toegepast; appellant maakte niet aannemelijk dat zijn situatie een afwijkende methode vereiste.
- De verkeersdrempel hoefde niet als obstakel in het rekenmodel te worden ingevoerd, omdat appellant zelf erkende dat het verkeer er niet door afremt — halvering van snelheid is wettelijk vereist voor een optrekcorrectie.
- Incidentele piekgeluiden van vrachtwagens vallen buiten de berekeningsmethode, die uitsluitend het jaargemiddelde equivalente geluidsniveau bepaalt.
- De staatssecretaris is gebonden aan het door de gemeente ingediende saneringsprogramma en mag geen alternatieve maatregelen, zoals het verwijderen van de drempel, zelf opleggen.
- Er bestond geen aanleiding het saneringsprogramma terug te leggen bij de gemeente, omdat het akoestisch onderzoek voldoende deugdelijk was.
Samenvatting
Een inwoner van Noordwijk verzette zich tegen een besluit van de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over de maximaal toelaatbare geluidbelasting bij zijn woning. Die woning ligt langs de Nieuwe Zeeweg, Herenweg en Oude Zeeweg, wegen waarvoor een saneringsproject was opgesteld. De staatssecretaris stelde voor zijn woning een hogere toelaatbare geluidwaarde van 60 dB vast. De bewoner vond dat dit besluit nooit genomen had mogen worden.
De kern van het geschil draaide om de vraag of het akoestisch onderzoek dat aan het saneringsprogramma ten grondslag lag, deugde. De Noordwijker stelde dat er onvoldoende rekening was gehouden met een verkeersdrempel op slechts 14 meter van zijn woning. Hij ervaart vooral overlast van het 'geklapper' van vrachtwagens en voertuigen met aanhangers die over die drempel rijden. Volgens hem waren de gebruikte rekenmethode en verkeersgegevens niet representatief voor zijn situatie.
De Raad van State volgde de staatssecretaris op alle punten. De gebruikte rekenmethode — de wettelijk voorgeschreven Standaardrekenmethode 2 — levert voor vrijwel alle situaties een betrouwbaar resultaat, en de bewoner kon niet aannemelijk maken dat zijn situatie zo bijzonder was dat een andere aanpak vereist was. Bovendien erkende hij zelf tijdens de zitting dat de verkeersdrempel het verkeer niet afremt. Omdat de rekenmethode alleen een optrekcorrectie vereist als de snelheid van het verkeer door een obstakel minstens wordt gehalveerd, hoefde de drempel dus niet als zodanig in het rekenmodel te worden ingevoerd.
Over de geluidshinder van het 'geklapper' van vrachtwagens oordeelde de Raad van State dat de voorgeschreven rekenmethode het jaargemiddelde equivalente geluidsniveau berekent — dus het gemiddelde over de tijd — en niet de incidentele piekgeluiden waar de bewoner vooral last van heeft. Die piekgeluiden kunnen wettelijk gezien simpelweg niet worden meegenomen in de berekening. De Noordwijker onderbouwde ook niet waarom de gebruikte verkeersgegevens, gebaseerd op een gekalibreerd regionaal verkeersmodel, onjuist zouden zijn.
Daarnaast wilde de bewoner dat het saneringsprogramma een maatregel zou bevatten om de verkeersdrempel te verwijderen. De Raad van State stelde vast dat de staatssecretaris bij het vaststellen van maatregelen gebonden is aan het door de gemeente ingediende saneringsprogramma en zelf geen alternatieve maatregelen mag opleggen. De staatssecretaris had het programma wel kunnen terugleggen bij de gemeente als er gegronde redenen waren om er niet mee in te stemmen — maar die redenen waren er in dit geval niet.
De Raad van State oordeelde dat het beroep van de Noordwijker ongegrond is. Het besluit waarbij voor zijn woning een maximale geluidbelasting van 60 dB is vastgesteld, blijft dan ook in stand.
Gegevens
Datum uitspraak
8 april 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202403312/1/R3
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1920