Juristi.nl
ECLI:NL:RVS:2026:1935Bestuursrecht

Raad van State: ORAC's Geuzenkwartier mogen worden geplaatst — RVS:2026:1935

plaatsingsplan ondergrondse restafvalcontainers / omgevingsrecht

Eiser / verzoeker

Twee bewoners van Den Haag (appellanten sub 1 en sub 2)

VS

Verweerder / gedaagde

College van burgemeester en wethouders van Den Haag

Het plaatsingsbesluit is vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar de gasleiding, maar de rechtsgevolgen blijven in stand, zodat de ORAC's mogen worden geplaatst op locatie 08-16B in het Geuzenkwartier.

  • Het plaatsingsbesluit is vernietigd omdat de gemeente onvoldoende onderzoek deed naar de ligging van een gasleiding nabij de ORAC-locatie (strijd met artikel 3:2 Awb).
  • Na heropening van het onderzoek bleek uit een proefsleuf dat de gasleiding op ruime afstand ligt; het gebrek is daarmee hersteld en de rechtsgevolgen blijven in stand.
  • Parkeerdruk is geen beletsel voor plaatsing van ORAC's op grond van de Haagse Parkeerstrategie 2021-2030; verlies van één legale parkeerplaats hoeft niet doorslaggevend te wegen.
  • De loopafstandennorm van 125 meter rechtvaardigt plaatsing: zonder deze locatie zouden meerdere huishoudens een langere loopafstand krijgen dan de beleidsmatige grens.
  • Omlegging van riolering is niet verboden door het beleid, dat alleen voorschrijft dat ondergrondse infrastructuur zo min mogelijk wordt omgelegd.

Samenvatting

Twee bewoners van het Geuzenkwartier in Den Haag vochten tevergeefs de komst van twee ondergrondse restafvalcontainers (ORAC's) aan in hun straat. De Raad van State oordeelde weliswaar dat de gemeente Den Haag aanvankelijk onvoldoende onderzoek had gedaan, maar liet het plaatsingsbesluit uiteindelijk in stand.

Het college van burgemeester en wethouders had in oktober 2023 een plaatsingsplan vastgesteld voor locatie 08-16B in het Geuzenkwartier, vlak bij de woningen van de twee appellanten. Eén van hen woont zo dicht bij de beoogde plek dat haar zijtuintje op slechts een meter afstand ligt. De ander heeft haar voordeur op enkele meters van de aangewezen locatie. Beide vrouwen maakten bezwaar en stelden beroep in.

Hun sterkste argument bleek de ligging van een gasleiding. Op kaarten van het Kabels en Leidingen Informatie Centrum stond een gasleiding aangegeven op slechts negentig centimeter van de geplande locatie. De gemeente had bij de besluitvorming aangenomen dat de leiding op ruime afstand lag, maar bleek later te zijn omgelegd. De Raad van State stelde de bewoners op dit punt in het gelijk: de gemeente had dit onderzoek al vóór het besluit moeten uitvoeren, niet pas achteraf.

Nadat de Raad van State het onderzoek had heropend, liet de gemeente in september 2025 alsnog een proefsleuf graven. Daarbij bleek dat de gasleiding wél op ruime afstand ligt en dus geen belemmering vormt. De bewoners betwistten dit resultaat niet, waardoor dit punt definitief van tafel was.

De overige bezwaren van de bewoners hielden geen stand. Zo voerden zij aan dat plaatsing van de containers niet noodzakelijk was omdat er elders in de buurt voldoende containerruimte zou zijn. De gemeente wees er echter op dat voor een deel van de huishoudens de loopafstand tot de dichtstbijzijnde container zonder deze locatie meer dan 125 meter zou worden — de maximale norm uit het gemeentelijk beleid. Dat argument accepteerde de Raad van State.

Over de riolering die omgelegd moet worden oordeelde de rechter dat dit weliswaar een nadeel is, maar dat het gemeentelijk beleid niet verbiedt om bestaande infrastructuur te verleggen, alleen dat dit zo min mogelijk mag gebeuren. Over parkeren stelde de gemeente dat er slechts één officiële parkeerplaats verloren gaat, omdat in de nabijgelegen bocht van een kruispunt toch al niet geparkeerd mag worden. Dat het er in de praktijk wél regelmatig gebeurt, telt juridisch niet mee. De Haagse parkeerstrategie bepaalt bovendien uitdrukkelijk dat parkeerdruk geen beletsel is voor plaatsing van ORAC's.

Ook de door de bewoners ingeschakelde loopafstandenberekeningen van een extern bureau overtuigden de rechter niet. De gemeente past een consistente meetmethode toe waarbij kleine obstakels buiten beschouwing worden gelaten, en dat is volgens vaste rechtspraak van de Raad van State toegestaan.

De Raad van State vernietigde het oorspronkelijke plaatsingsbesluit formeel vanwege het gebrekkige onderzoek naar de gasleiding, maar bepaalde tegelijk dat de rechtsgevolgen in stand blijven. Dat betekent in de praktijk dat de gemeente gewoon mag doorgaan met het plaatsen van de twee ondergrondse containers op de aangewezen locatie.

Betrokken advocaten

mr. R.R.D.D. Speelman

appellanten

EBH Legal, HONSELERSDIJK

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

8 april 2026

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

202306779/1/R1

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RVS:2026:1935

Bekijk op rechtspraak.nl