Raad van State dwingt Den Haag tot meer openbaarmaking over Hotel Corona — RVS:2026:1961
openbaarmaking van bestuursdocumenten / Wob-verzoek / intern beraad en persoonlijke beleidsopvattingen
Eiser / verzoeker
Appellant (eigenaren en exploitatiemaatschappijen Hotel Corona, Den Haag)
Verweerder / gedaagde
College van burgemeester en wethouders van Den Haag
Het hoger beroep is gedeeltelijk gegrond: voor documenten 49, 50 en 135 is de weigering tot openbaarmaking onvoldoende gemotiveerd; voor de overige betwiste documenten wordt de weigering in stand gelaten.
- De bestuursrechter toetst zonder terughoudendheid of een document is bestemd voor intern beraad en persoonlijke beleidsopvattingen bevat (artikel 11 lid 1 Wob); bij de discretionaire bevoegdheid om informatie in niet-herleidbare vorm toch te verstrekken (lid 2) geldt een marginale toets.
- Voor het merendeel van de betwiste documenten (nummers 8-125) is de weigering terecht: feiten en persoonlijke beleidsopvattingen zijn zodanig verweven dat geen leesbare tekst overblijft na afscherming.
- Voor documenten 49, 50 en 135 heeft de gemeente de weigering onvoldoende gemotiveerd; het college moet hiervoor alsnog een deugdelijk besluit nemen.
- Het argument dat documenten zijn opgesteld ten behoeve van een civielrechtelijke procedure speelt geen zelfstandige rol bij de beoordeling van Wob-verzoeken; appellant heeft dit standpunt overigens zelf ingetrokken.
- De enkele 'concept'-status van een document rechtvaardigt niet automatisch weigering op grond van persoonlijke beleidsopvattingen; feitelijke onderdelen moeten apart worden beoordeeld.
Samenvatting
Een Haagse hotelexploitant vroeg in 2019 via de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) alle documenten op bij de gemeente Den Haag over de serre en de grond daaronder van Hotel Corona aan het Buitenhof. De gemeente weigerde aanvankelijk alle informatie vrij te geven, maar gaf na bezwaar en rechtbankprocedures stukje bij beetje meer prijs. De zaak sleepte zich voort tot aan de Raad van State.
De gemeente beriep zich op meerdere weigeringsgronden: openbaarmaking zou de onderhandelingspositie van de gemeente schaden, de privacy van betrokkenen in gevaar brengen, concurrenten inzicht geven in de werkwijze van partijen, en bovendien zouden veel documenten zijn opgesteld voor intern beraad en persoonlijke beleidsopvattingen bevatten. De rechtbank Den Haag oordeelde eerder al dat de gemeente haar beslissing beter moest motiveren: per document moest duidelijk zijn op welke uitzondering een beroep werd gedaan.
In hoger beroep twistten partijen vooral over de vraag of de rechter streng genoeg had getoetst of de documenten daadwerkelijk 'intern beraad' bevatten met 'persoonlijke beleidsopvattingen' — de juridische term voor opvattingen en voorstellen van ambtenaren of bestuurders die beschermd zijn tegen openbaarmaking. De hotelexploitant vond dat de rechtbank te soepel was geweest voor de gemeente en dat feiten en meningen in de documenten prima van elkaar te scheiden waren.
De Raad van State stelt vast dat de rechtbank niet te terughoudend heeft getoetst. Voor het overgrote deel van de betwiste documenten — de nummers 8, 9, 10, 12, 41, 42, 51 tot en met 84, 87 en 89 tot en met 125 — had de gemeente terecht geweigerd ze openbaar te maken. De feiten en persoonlijke beleidsopvattingen in die stukken zijn zo verweven dat er na wegstreping geen leesbare tekst overblijft.
Toch krijgt de hotelexploitant op onderdelen gelijk. Voor document 135 heeft de gemeente onvoldoende uitgelegd waarom openbaarmaking geweigerd wordt op grond van de bepaling over intern beraad. Datzelfde geldt voor de documenten met nummers 49 en 50, die de rechtbank eerder onbehandeld had gelaten. De gemeente zal voor deze drie documenten alsnog met een deugdelijke motivering moeten komen, of ze alsnog openbaar moeten maken.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:15306, Rechtbank Den Haag, 18-08-2025, C/09/684616 / KG RK 25-610
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Goederenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:17341, Rechtbank Den Haag, 09-10-2024, C/09/669198 / KG ZA 24-636
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2023:13366, Rechtbank Den Haag, 04-09-2023, C/09/650294 / KG ZA 23-572
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBAMS:2022:6728, Rechtbank Amsterdam, 17-11-2022, C/13/724257 / KG ZA 22-906
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
8 april 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202205193/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1961