ECLI:NL:RVS:2026:197, Raad van State, 14-01-2026, 202404832/1/V6 — RVS:2026:197
Samenvatting
Bij besluit van 19 september 2023 heeft de staatssecretaris een verzoek van [appellante] om haar het Nederlanderschap te verlenen (hierna: het verzoek), afgewezen. [appellante] heeft de Marokkaanse nationaliteit. Zij had tot haar zoon op [datum] 2022 meerderjarig werd, een verblijfsdocument met de aantekening 'Familielid van een burger van de Unie', ontleend aan artikel 20 van het VWEU (een Chavez-Vilchezverblijfsrecht). Op 9 december 2021 heeft [appellante] een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 8 van het EVRM. Bij besluit van 22 april 2022 heeft de minister van Asiel en Migratie deze aanvraag van [appellante] afgewezen. Bij besluit op bezwaar van 26 januari 2023 heeft de minister [appellante] alsnog een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor verblijf bij haar zoon verleend op grond van artikel 8 van het EVRM. De minister heeft de ingangsdatum van deze verblijfsvergunning vastgesteld op 19 mei 2022, omdat [appellante] vanaf die datum aan alle vereisten voldeed. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat in de naturalisatieprocedure geen inhoudelijk oordeel kan worden gegeven over een Unierechtelijk verblijfsrecht. Volgens [appellante] is dit in strijd met het Unierecht.
Betrokken advocaten
mr. A. Dijcks
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:2059, Rechtbank Den Haag, 04-02-2026, NL24.46835
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:2058, Rechtbank Den Haag, 04-02-2026, NL24.46847
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:2050, Rechtbank Den Haag, 04-02-2026, NL25.47558
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1755, Rechtbank Den Haag, 29-01-2026, NL25.35663
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
14 januari 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
202404832/1/V6
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:197