ECLI:NL:RVS:2026:202, Raad van State, 14-01-2026, 202407635/1/V6 — RVS:2026:202
Samenvatting
Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit. Op 25 december 2022 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij van 2010 tot 2012 heeft gewerkt als bewaker van Afghan Security Guard voor de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan, Afghanistan. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860). De minister heeft hiervoor als reden gegeven dat [appellant] niet voorkomt in de database van het ministerie van Defensie met meldingen van Nederlandse veteranen en hulpverzoeken die uiterlijk 11 oktober 2021 zijn gedaan. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister het verzoek in redelijkheid heeft kunnen afwijzen. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij niet binnen het bereik van de speciale voorziening valt, omdat hij zich pas op 25 december 2022 met een verzoek tot overbrenging heeft gemeld.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:195, Raad van State, 14-01-2026, 202407637/1/V6
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:20821, Rechtbank Den Haag, 06-11-2025, 25_1439
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:20826, Rechtbank Den Haag, 06-11-2025, 25_356
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:26980, Rechtbank Den Haag, 24-10-2025, NL25.40077
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
14 januari 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
202407635/1/V6
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:202