ECLI:NL:RVS:2026:221, Raad van State, 14-01-2026, 202400146/1/A3 — RVS:2026:221
Samenvatting
Bij besluit van 2 januari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eijsden-Margraten [appellanten] op 8 november 2018 uitgeschreven uit de basisregistratie personen. [appellant] stond ingeschreven op het adres [locatie] in Cadier en Keer. Bij e-mail van 7 oktober 2018 heeft [appellant] aan het college meegedeeld dat hij per 28 september 2018 niet meer op dit adres woont. Met het besluit van 2 januari 2019 heeft het college [appellant] op grond van de Wet basisregistratie personen uit de brp uitgeschreven. Met het besluit van 9 juni 2021 is het hier bij gebleven. De rechtbank heeft geoordeeld dat vaststaat dat het college [appellant] naar zijn nieuwe woon- of verblijfplaats heeft gevraagd. Omdat [appellant] hier geen gehoor aan heeft gegeven, heeft het college zich terecht op het standpunt gesteld dat [appellant], desgevraagd, geen verblijfplaats als bedoeld in de Wet brp kenbaar heeft willen maken. De rechtbank heeft verder geoordeeld dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat geen sprake is geweest van aangifte van adreswijziging en/of vertrek.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CRVB:2025:1883, Centrale Raad van Beroep, 18-12-2025, 22/2578 WIA
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:8919, Rechtbank Limburg, 02-09-2025, C/03/344348
Rechtbank Limburg · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1256, Centrale Raad van Beroep, 12-08-2025, 23/2181-PV
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RVS:2025:2856, Raad van State, 25-06-2025, 202302281/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
14 januari 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202400146/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:221