ECLI:NL:RVS:2026:232, Raad van State, 14-01-2026, 202204395/1/R4 — RVS:2026:232
Samenvatting
Bij uitspraak van 3 juni 2022 heeft de rechtbank het door [appellant] ingestelde beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en de door het college van burgemeester en wethouders van Soest te betalen dwangsom vastgesteld op € 1.442,00. [appellant] heeft op 6 februari 2020 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het in stand houden van vier recreatiewoningen op het recreatieterrein aan de [locatie] in Soesterberg. Omdat een besluit op de aanvraag uitbleef, heeft [appellant] beroep bij de rechtbank ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Bij de uitspraak van 3 juni 2022 heeft de rechtbank vastgesteld dat het college niet tijdig een besluit op [appellant]s aanvraag heeft genomen en heeft zij het beroep gegrond verklaard.
Betrokken advocaten
mr. P.S. Dijkstra
appellant
mr. B.W.B.M. van den Bosch
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:348, Raad van State, 21-01-2026, 202303324/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:235, Raad van State, 14-01-2026, 202304433/1/R4
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:234, Raad van State, 14-01-2026, 202206226/1/R4
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:99, Raad van State, 14-01-2026, 202105267/1/R4
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
14 januari 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202204395/1/R4
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:232