ECLI:NL:RVS:2026:334, Raad van State, 21-01-2026, 202300501/1/A3 — RVS:2026:334
Samenvatting
Bij besluit van 8 januari 2020 heeft de burgemeester van Heerlen de horeca-exploitatievergunning van [appellant] ingetrokken. [appellant] exploiteerde een coffeeshop, genaamd [naam], aan de [locatie 1] in Heerlen. Tijdens een controle op 2 april 2019 heeft de politie in de bovenwoning van de coffeeshop en in de twee omliggende panden ([locatie 2] en [locatie 3]), die ook in eigendom zijn van [appellant], ongeveer 59 kilogram aan softdrugs, aangetroffen. Met het besluit van 8 januari 2020 heeft de burgemeester de exploitatievergunning voor de coffeeshop ingetrokken op grond van artikel 3:12, eerste lid, aanhef en onder c en d, van de Algemene Plaatselijke Verordening 2012. De burgemeester heeft daarvoor onder meer als reden gegeven dat [appellant] niet meer voldoet aan eis dat hij niet in enig opzicht van slecht levensgedrag mag zijn. De burgemeester heeft dat onder meer gebaseerd op de forse overschrijding van de voor de coffeeshop maximaal toegestane handelsvoorraad van 500 gram softdrugs. Met het besluit van 24 juni 2020 is de burgemeester bij de intrekking gebleven.
Betrokken advocaten
mr. M.A.M.A. Huppertz
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CRVB:2026:21, Centrale Raad van Beroep, 14-01-2026, 24/2336 WAJONG
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:12743, Rechtbank Limburg, 18-12-2025, ROE 25/3012
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBLIM:2024:4894, Rechtbank Limburg, 25-07-2024, ROE 24 / 3631 en ROE 24 / 3632
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBLIM:2024:2695, Rechtbank Limburg, 17-05-2024, ROE 24/2635
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
21 januari 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202300501/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:334