ECLI:NL:RVS:2026:476, Raad van State, 28-01-2026, 202502764/1/A2 — RVS:2026:476
Samenvatting
Bij besluit van 1 januari 2024 heeft de raad de aan [appellante] verleende toevoeging ingetrokken. Op 4 februari 2021 heeft [partij] namens [appellante] bij de raad een aanvraag ingediend om toevoeging voor rechtsbijstand voor de echtscheidingsprocedure van [appellante]. Bij besluit van 9 februari 2021 heeft de raad deze aanvraag ingewilligd. Bij aanvraag van 25 september 2023 heeft [partij] de raad verzocht om vergoeding van de door haar verleende rechtsbijstand aan [appellante] en daarbij een financieel resultaat vermeld van € 30.000,00. Bij brief van 21 november 2023 heeft de raad [appellante] geïnformeerd over het voornemen om de toevoeging in te trekken. Hierop heeft [appellante] een zienswijze naar voren gebracht. Bij besluit van 1 januari 2024 heeft de raad de toevoeging ingetrokken. De raad heeft het daartegen ingestelde bezwaar ongegrond verklaard. Bij de beslissing om de toevoeging in te trekken is volgens de raad leidend dat [appellante] een vordering met betrekking tot een geldsom heeft die boven het drempelbedrag ligt. In de door [appellante] naar voren gebrachte omstandigheden heeft de raad geen zwaarwegende omstandigheden gezien die zich verzetten tegen de vordering.
Betrokken advocaten
mr. P.S.J. de Koning
appellant
mr. C.W. Wijnstra
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:472, Raad van State, 28-01-2026, 202503035/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBOVE:2025:7006, Rechtbank Overijssel, 05-12-2025, ak_24_3867 en 24_3914
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBOVE:2025:7007, Rechtbank Overijssel, 05-12-2025, ak_25_1319
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:5729, Raad van State, 26-11-2025, 202406697/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
28 januari 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202502764/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:476