ECLI:NL:RVS:2026:496, Raad van State, 28-01-2026, 202402057/1/A3 — RVS:2026:496
Samenvatting
Bij besluit van 12 januari 2023 heeft de minister van Justitie en Veiligheid [appellant] te kennen gegeven dat hij zijn verzoek om openbaarmaking op grond van de Wet open overheid (Woo) niet in behandeling neemt. [appellant] heeft de minister op grond van de Woo verzocht om openbaarmaking van alle correspondentie en data, zowel schriftelijk als digitaal, en verslagen van telefoongesprekken van het departement van Justitie en Veiligheid met hem sinds 23 januari 2015. [appellant] merkt in zijn verzoek op dat de minister hem telefonisch te kennen heeft gegeven dat geen brieven aan hem zijn gestuurd. De minister heeft het verzoek van [appellant] niet in behandeling genomen, omdat hij misbruik van recht heeft gemaakt. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister het verzoek niet in behandeling heeft hoeven nemen.
Betrokken advocaten
mr. A.H.C. van Oosterhout
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:521, Raad van State, 30-01-2026, BRS.26.000152
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2026:477, Raad van State, 28-01-2026, 202408075/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:498, Raad van State, 28-01-2026, 202402745/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:497, Raad van State, 28-01-2026, 202500326/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
28 januari 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202402057/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:496