ECLI:NL:RVS:2026:605, Raad van State, 04-02-2026, 202400523/1/A3 — RVS:2026:605
Samenvatting
Bij besluit van 28 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan PK Waterbouw een ligplaatsvergunning verleend voor drie jaar voor het bedrijfsvaartuig [naam vaartuig]. PK Waterbouw heeft het bedrijfsvaartuig [naam], dat sinds 1990 een ligplaatsvergunning had voor onbepaalde tijd, gekocht en op 16 december 2021 een aanvraag ingediend voor een ligplaatsvergunning ter hoogte van [locatie] te Amsterdam. Het college heeft bij het besluit van 28 januari 2022 een ligplaatsvergunning voor bepaalde tijd verleend voor de duur van drie jaar. Volgens het college is de vergunning een schaars recht en kan daarom geen vergunning voor onbepaalde tijd worden verleend. Het college heeft de vergunningverlening voor bepaalde tijd bij het besluit op bezwaar van 30 maart 2022 gehandhaafd. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college niet in strijd heeft gehandeld met het rechtszekerheidsbeginsel door een vergunning voor bepaalde tijd te verlenen. Het besluit is gebaseerd op beleid, namelijk de Uitvoeringsnota van het bedrijfsvoertuigenbeleid in de binnenstad, en dat beleid is volgens de rechtbank niet onredelijk.
Betrokken advocaten
mr. J. Monster
mr. E.G. Blees
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2025:8995, Rechtbank Amsterdam, 21-11-2025, AMS 25/5852 en AMS 25/5853
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:RVS:2023:2089, Raad van State, 31-05-2023, 202102468/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBAMS:2021:7214, Rechtbank Amsterdam, 14-12-2021, AMS - 20 _ 3214
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBAMS:2021:2615, Rechtbank Amsterdam, 21-05-2021, Ams - 19 _ 2867
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
4 februari 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202400523/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:605