ECLI:NL:RVS:2026:613, Raad van State, 04-02-2026, 202403879/1/A3 — RVS:2026:613
Samenvatting
Bij besluit van 28 maart 2022 heeft de raad van de Rotterdamse Orde van Advocaten (hierna: Rotterdamse Orde) het verzoek van [appellante] om afgifte van een stageverklaring afgewezen en het verzoek om verlenging van de stage ingewilligd. [appellante] is op 8 juni 2018 beëdigd als advocaat en is dat jaar begonnen aan haar stage ten behoeve van de beroepsopleiding voor de advocatuur. De duur van de stage liep wegens haar werk in deeltijd tot 8 maart 2022. Zij heeft op 28 december 2021 verzocht om haar stage met 12 maanden te verlengen. De reden hiervoor is dat haar patroon niet kon verklaren dat [appellante] over voldoende praktijkervaring beschikt, gelet op de verschillende perioden van afwezigheid wegens ziekte, re-integratie, zwangerschaps- en bevallingsverlof en een eerdere overname van het patronaat. Omdat niet duidelijk was wanneer [appellante] haar werk zou kunnen hervatten en in welk tempo zij kon re-integreren, heeft zij op 8 januari 2022 haar verzoek in die zin gewijzigd dat zij vraagt om een verlenging van haar stage met 24 maanden. Het verzoek heeft zij op 11 januari 2022 opnieuw gewijzigd in die zin dat zij primair verzoekt om afgifte van een stageverklaring.
Betrokken advocaten
mr. J.E.S. Hanenberg
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:5060, Raad van State, 22-10-2025, 202206292/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:4925, Raad van State, 15-10-2025, 202204690/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:7570, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30-09-2025, 25/1656
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:8820, Rechtbank Limburg, 11-09-2025, 11759051 AZ 25-64
Rechtbank Limburg · Civiel Recht; Arbeidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
4 februari 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202403879/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:613