Juristi.nl
ECLI:NL:RVS:2026:628Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:628, Raad van State, 04-02-2026, 202500461/1/A2 — RVS:2026:628

Samenvatting

Bij besluit van 11 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een aanvraag van [appellant] voor een woningvormingsvergunning om de woning op de [locatie] te Den Haag te verbouwen tot twee zelfstandige woonruimten afgewezen. Het college heeft bij besluit van 11 mei 2023 de aanvraag van [appellant] voor een woningvormingsvergunning geweigerd, omdat de woning is gelegen in Rustenburg en Oostbroek, een gebied waar volgens artikel 5:6, zevende lid, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 en Bijlage III van die verordening een verbod op woningvorming geldt vanwege negatieve gevolgen door woningvorming op de kwaliteit van de woonruimtevoorraad of voor het karakter, dan wel leefbaarheid in het gebied. Er bestaat daarbij volgens het college geen reden om in dit geval de hardheidsclausule toe te passen. De rechtbank heeft vooropgesteld dat vóór 1 november 2015 in Den Haag geen woningvormingsvergunning nodig was voor het bouwkundig splitsen van woonruimten. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [appellant] niet aannemelijk gemaakt dat zijn woning al vóór 2015 bouwkundig was gesplitst.

Betrokken advocaten

mr. N.J.M. Beelaerts van Blokland

appellant

Salomons Beelaerts Advocaten, 'S-GRAVENHAGE

mr. I.B. Ressenaar

appellant

mr. R.D. Fehrmann

appellant

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

4 februari 2026

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

202500461/1/A2

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:RVS:2026:628

Bekijk op rechtspraak.nl