Juristi.nl
ECLI:NL:RVS:2026:732Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:732, Raad van State, 11-02-2026, 202503238/1/A2 — RVS:2026:732

Samenvatting

Bij besluit van 11 augustus 2023 heeft de Dienst Toeslagen de huurtoeslag van [appellante] voor het jaar 2021 definitief vastgesteld op nihil. De Dienst Toeslagen heeft de huurtoeslag van [appellante] over 2021 definitief vastgesteld op nihil. [appellante] stond heel het jaar 2021 ingeschreven in de Basisregistratie Personen (Brp) op hetzelfde adres als haar moeder. De moeder is de eigenaar van deze woning. Volgens de Dienst Toeslagen is de woonruime van [appellante] geen zelfstandige woonruimte en had zij daarom geen recht op huurtoeslag, omdat het inkomen van haar moeder als haar medebewoner meetelt bij de vraag of daarop recht bestaat. De rechtbank heeft, voor zover in hoger beroep van belang, geoordeeld dat de Dienst Toeslagen terecht heeft vastgesteld dat [appellante] niet beschikte over zelfstandige woonruimte, omdat zij niet het exclusieve gebruik had van keuken, toilet en badkamer. Op de zitting bij de Afdeling heeft de Dienst Toeslagen aangegeven dat zij niet heeft beoogd om tegen te werpen dat [appellante] geen exclusief gebruiksrecht van de badkamer had. Voor zover dit uit rechtsoverweging 8 van de uitspraak van de rechtbank kan worden afgeleid, berust dit niet op het standpunt van de Dienst Toeslagen. Gelet hierop is, zoals de Dienst Toeslagen op de zitting heeft bevestigd, in hoger beroep alleen in geschil of in 2021 het gebruik van de keuken exclusief aan [appellante] toekwamen wat dat betekent voor de vraag of de woonruimte van [appellante] als zelfstandige woonruimte kan worden aangemerkt.

Betrokken advocaten

mr. J.R.R. Oevering

appellant

Struycken Advocaten, AMSTERDAM

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

11 februari 2026

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

202503238/1/A2

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:RVS:2026:732

Bekijk op rechtspraak.nl